 |
|
Jozef Gerard Cornelis David werd
geboren op 11 december 1911 te Veurne. Als zoon van Remi Elias David (° 3
oktober 1974, + 1938) (steenbakker en vetlegger, later steenbakkerbaas) en
Mathildis Hendrika Maria Cailliau (° 1 maart 1872) en broer van Lodewijk
Michiel Gerard Cornelis David (° 15 december 1912) (handelaar; getrouwd met
Lutgarde Laura Bouquillon (° 3 sept 1920)) woonde hij gedurende zijn
schooljaren en opleiding in de Karel Coggelaan.
Hij liep school op het College te Veurne tot 1929. Op deze school was hij
lid van de lettergilde (1926-1929) en van de St.-Vincentius genootschap,
waar hij schatbewaarder was.
Hij trad binnen in het noviciaat op 7 september 1929, legde religieuze
geloften af in de Congregatie van de missionarissen van Scheut op 8
september 1930 en werd priester gewijd op 18 augustus 1935. Daarna deed hij
nog een jaar verdere studies in de normaalschool te Torhout. Op 13 augustus
1937 vertrok hij naar Kongo-Kasaï. F. Delsaerdt heeft de CICM-leden
(waaronder J. David) brieven gestuurd in Kabinda, tussen 1961 en 1964.
Hij was eerst leraar in Tshilomba (van 1937 tot 1939), dan Reispater in
Kabinda (1940), Reis- en schoolpater in Kolonda (1941-1945), Schoolhoofd in
Kabinda (1945-1947), pastoor in Kabinda (1948-1950) en Tshilomba (1950-1959)
en Lusambo (1959-1962).
Wegens een oogziekte keerde hij voorgoed naar België terug in januari 1963.
Hij deed aan missie-animatie vanuit het missiehuis van Scheut te Kortrijk
van 1964 tot 1966 en vanuit het missiehuis van Scheut te Torhout van 1966
tot 1968. Tevens deed hij veel aan blindenapostolaat. In 1980 kreeg hij een
zware hartaanval die hem voor de rest van z’n leven knakte. Toch bleef hij
niet stilzitten. Hij was een man die intens aanwezig was bij vele mensen die
hij ontmoette. Hij kon luisteren en beantwoordde met veel zorg de brieven
die hij aankreeg.
Op 74 jarige leeftijd stierf hij aan een hartkwaal op 14 augustus 1986 te
Roeselare en werd begraven te Torhout.
|