College VEurne - lesbestanden - project Nederlands - Geschiedenis 2004-2005
startpagina project home college   bronnen/links vorige

verder

Een reis naar China en Congo
22 missionarissen anders bekeken

E. P. PAUWELIJN

Merlier Jochen, Luyssen Lieven, Depotter Joost

 
Vlamertinge,  21-01-1909  -  06-07-1979                            70 jaar

* Mail ons

 

Jeugd: 1909-1926 

-          Hij is geboren te Vlamertinge op 21 januari 1909.

-          Hij is zoon van Ernest Hilarius Pauwelyn (1868-1947), landbouwer, en Felicie Lucia Verraes (1875-1964), huismoeder

-          Hij is 6de uit een gezin van 11 kinderen, na Cyriel, Gaston, Maria, Gerard en Godelieve, en voor Firmin, Margriet, Oscar, Anna en Georges

-          Zijn zussen Margriet en Godelieve zouden later bij de Zusters Van Liefde intreden en eveneens tewerkgesteld worden in Belgisch Kongo.

-          Hij verhuisde samen met het gezin van Vlamertinge naar Oost-Vleteren, op beide plaatsen een boerderij, omdat het gevaar op oorlogsmateriaal op het land in Vlamertinge groot was, en ook omdat er premies gegeven werden voor wie oorlogsgrond rond Ieper vrijgaf.

-          Zijn verdere jeugd bracht hij dan door te Oost-Vleteren, waar hij in de basisschool les volgde en veel ravotte op het ouderlijk erf.

-          In september 1920 trok hij dan naar het Bisschoppelijk College Veurne, om er de Rhetorika te volgen tot hij in juni 1926 afstudeerde.

-          In het schooljaar ’24-’25 was hij schatbewaarder van het Sint-Vincentiusgenootschap en een jaar later werd hij zelfs voorzitter

 


Opleiding: 1926-1934

 

- Zijn voorbeeld was Leo Pauwelyn uit Poelkapelle (broer van Jozefs vader) (Langemark 1878- Paotusou, China 29/12/1911). Deze was scheutist en missionaris te China

- Dankzij zijn oom wilde Jozef ook scheutist zijn en naar China trekken, maar omdat de familie dit niet zag zitten door de politieke spanningen aldaar, besloot hij toch om voor Belgisch Kongo te kiezen. Hij zou wel scheutist worden.

- 1926-1928: Studeerde filosofie aan het seminarie van Roeselare

- 1928-1929: Noviciaat in Scheut

- 8 september 1929: Geloften afgelegd

- 1929-1932: Studeerde theologie en Lingala in Leuven

- 14 augustus 1932: priesterwijding te Scheut Torhout

- Eremis in eigen dorp èOost-Vleteren

- 1932-1933: Specialisatiejaar theologie in Leuven

- 1933-1934: Studeerde pedagogie en methodiek aan Scheut (te Torhout)

 

Koloniale tijd:

A/ Voor provinciaal overste: 1934-1950

 

- 24/08/1934: Eerste afreis naar Kongo

                     1) Met boot: Antwerpen – Matadi (tussen 2 weken en 1 maand)

                     2) Met witte trein: Matadi – Kinshasa (anderhalve dag)

                                   9  Aangelegd door slaven

                        Verblijf in de procuur (rust)

                     3) Met stoomboot: Kinshasa – Lisala (± 10 dagen) langs Congostroom

                        Bracht in begin ook eigen kledij mee, maar kon later kledij voor blanken kopen in Kinshasa

- 1934-1935: Leraar te Umangi; Louis Nganga (latere bisschop) was één van zijn leerlingen.

- 17/6/1935: beschrijving tocht Umangi-Bangabola

·        vorige woensdag aangekomen te Nieuw-Antwerpen

·        donderdag het water in

·        om 19.45 te Bonkula aangekomen

·        op “mesthoop” geslapen

·        vrijdag na de mis naar Likater

·        om tien uur met de piroog (prauw) aangekomen te Lipoki

·         per fiets naar Banga

·        “Katje” was er niet

·        Namiddag te bed, want ziek en pijnlijke knie

- 1935-1947: leraar en directeur te Bangabola

- op 7 juli 1935 kreeg hij nog steeds emetine-inspuitingen voor zijn pijnlijke knie, maar hij zou de 8ste wel aan zijn eerste retraite beginnen

- op 5/2/1946 waren er in Banga meer manschappen nodig en was het zwaarste werk aan het bouwen van een kerk gedaan. Een opvallend feit is dat hij spreekt over problemen die de zwarte bevolking heeft met het monogaam huwelijk.

- de mensen in Banga waren hem het meest genegen en hij was er het liefst van al

- naar huis teruggekeerd begin 1947 (overlijden vader?) en vervolgens teruggekeerd:

Het verloop van een terugreis:      - Reizen naar Tunis en daar door Witte Paters ontvangen
                                                   - Door Witte Paters naar Carthago gevoerd en logeren in hun

                                                   missie

                                                   - Verder reizen naar El Aden en daar in een Engels kamp

                                                   logeren

- Ongeveer een uur door rijden naar Wada Halfa

- Verder reizen naar Khartoem en er logeren bij een burger (in
dit geval bij een Griek)

- Verder reizen naar Juba en er een middagmaal nemen ( in dit

geval in een hotel)

- Verder reizen naar Stan (of Han?) en er even uitrusten

- Verder reizen naar Jabene en van daaruit met het vliegtuig
naar Lisala vertrekken)

 

- september 1947-1950: professor in het groot regionaal seminarie Kabué (provincie Luluabourg)

·        woordenboek: Ditunga dia Kasayi SCHEUT; Vocabulaire Luba-Français et Français-Luba; 126 p.; 2/4/1947

·        1947-1949: professor moraal

·        toen waren er in Kabwé 6 profs en 71 lln.

·        1949-1951: professor logica

·        Op het moment van zijn benoeming tot professor logica uitte hij nog zijn wens om opnieuw werk in de brousse te doen, omdat hij het studieleven niet meer gewend raakt, maar hij weet niet of dit hem na 2 jaar nog zou lukken. Later blijkt het tegendeel.

- algemene feiten uit deze koloniale tijd:

* elke 4 jaar had hij recht op verlof van 4-tal maanden

* hij werd aangesproken met ‘sango Jozef’ wat gewoon ‘pater Jozef’ betekent.

 

B/ provinciaal overste: 1 januari 1951- 31 december 1955

 

-          1951-1955: Gedurende 1 termijn provinciaal overste te Lisala

-          in zijn eerste brief als overste (3 januari ’51 aan vicaris) zegt hij meteen dat hij het als zijn taak ziet om zieke/stervende paters te bezoeken en benoemt hij twee paters tot overste van hun parochies.

-          In een omzendbrief aan alle parochies laat hij op 1/3/’51 weten dat hij de dagorde van de paters wijzigt: werken tot 17.15, avondgebed tot 17.45 en na avondeten uurtje verblijf op hun kamer (18.15-19.15)

-          Op 9/4/’51 laat hij in een brief aan een mede-overste weten dat hij 2 missies en een lagere school met internaat wil bijstichten.

-          Op 15/4/’51 laat hij ook weten dat er vanuit Londen een groep komt om de cacaoplantages van Yakamba te keuren. Dit wijst erop dat hij de plaatselijke economie wil bevorderen.

-          (omzendbrief 8/12/1951) Eind 1951 krijgt hij de goedkeuring van het bisdom om 35 nieuwe scholen op te richten tussen 1951 en 1955. Hij vraagt ook om de verslagen van aanplant en veekweek uit alle missieposten voor 1 januari naar hem te sturen (opnieuw blijkt hier zijn interesse) en hij wil ook de bib van Boyange steunen door afgedankte boeken te sturen.

-          In zijn omzendbrief van 1/12/1952 schrijft hij letterlijk: “er is hoge geldkost, dus verzorg de planten en het vee goed, want dat levert winst op.”

-          Hij vraagt in oktober 1953 aan F. Bontinck om een geschiedenis van de missieposten te maken.

-          Hij wilde in 1954 een kerk te Roby laten bouwen

-          1954: Kleine veestapel van het ras Dahomey, van de Kasai naar Gbosasa gebracht dankzij een expeditie, samen met Victor Tanghe, die voor de garage instond (bezorgen en onderhoud van de vrachtwagen). Deze koeien waren eerder al geselecteerd uit Zuid-Afrika. Hij heeft dit (kleine) ras gekozen, omdat het sterk was: hoefde alleen maar ontsmet te worden tegen teken en malaria of waren er zelfs immuun voor. Bovendien moesten ze de dieren alleen van zout en water te voorzien, voor de rest aten ze alles.In de bloeiperiode: veestapel van 5000-6000 runderen, bewaakt door veewachters, maar daar is nu niets meer van over.

-          Anekdote: Na het drinken van besmet water heeft pater Hoflack in 1954 te Bangabola tyfus (en aldus hoge koorts) opgedaan. Pater Pauwelyn besefte dat hij het niet ging halen zonder dokter en haalde er toen de enige dokter uit de streek bij, die in Mbaya (80 – 100 km van Binga) was. Hij is toen met pater Hoflack over Libengi naar Kinshasa gevlogen voor verzorging in het ziekenhuis.

-          In deze tijd herwerkte hij ook een boekje:

è    onderrichtingen aan de konfraters van het vikariaat Lisala door P.M. Goetschalckx prov. Sup. ’46-’50; tweede herziene uitgave door J. Pauwelyn, prov. Sup. ’51-’55; drukkerij Umangi-Lisala, 1955; 56 p.

è    Dit boek handelt over armoede, strengheid, zuiverheid, blanken, rechtvaardigheid, … die paters-leerkrachten moeten in acht nemen

 

 

-          Algemene zaken rond zijn tijd van provinciaal overste:

o        Taak: zorgen voor de gezondheid van de confraters op elk vlak: voedsel, kledij,   geneesmiddelen…

o        Werd er aangesproken met “sango mokumi” (= pater provinciaal overste)

o        Heeft verschillende missies gesticht of beïnvloed (geen kerken of ziekenhuizen gesticht) en nam vele beslissingen.Hij hielp zelf niet mee aan het bouwen.

o        Hij was overste van Lisala, wat nu het huidige Lisala + Budjala omvat, en dit voor een oppervlakte van 3x België

o        Het apostolisch vicariaat Lisala bestond aan het begin van zijn taak uit de missieposten Lisala, Mankanza, Umangi, Boso-Modanda, Mbaya, Boyange, Bumba, Ebonda-Alberta, Bominenge, Boso-Manzi, Bangabola, Libanda, Bolongo, Yambuku, Yakamba, Bopako, Bokonzi, Lokalema, Gbosasa, Roby en Binga.

o        De bevolking van Lisala bestond vooral uit Soedanezen (Gbaka, Ngbandi en Banza) en Bantoes (Gombe, Doko, Buza, Gens d’Eau en Mongo)

o        Naast het grootste deel van Lisala dat door Scheutisten religieus geleid werd, werd er ook een deeltje door de pères montfortains geleid.

 

C/ Na provinciaal overste: 1956-1974

 

-          1956: pastoraal werk te Gwaka (12000 inw. en bijna helemaal katholiek)

-          1957-1974: Mgr. Kapittel (afgevaardigde bisschoppelijk korps in missieposten): retraites en conferenties geven in 7 posten: Mankanza (Nieuw-Antwerpen), Bangabola, Lisala, Gwaka, Binga, Yakamba en Roby.

è    hij begon in Binga, en tussen 1965 en 1970 bevond hij zich ook te Binga (dan samen met Gerard Hoflack)

è    had in zijn tweede periode te Binga al last van zijn hart

è    Anekdote: heeft in Yakamba eens een retraite van > 1uur gegeven over de betekenis van het kruisteken

è    1960: Onafhankelijkheid van Kongo: streek van Binga was niet erg revolutionair (Lisala wel) de Congolezen waren wel opgejut, maar grepen er niet naar de wapens
  Rebellen Moulele 
1  Rebellen Kisangani

                                   9 Uit het zuiden van Kongo (Bas-Kongo)

                     * De geïnterviewde paters en pater Jozef Pauwelyn zijn niet gevlucht.                  *Ongeveer 700-1000 Scheutisten in Kongo.Er waren weinig / geen scheutisten           vermoord in Kongo.

è      Anekdote: Pater Pauwelyn vroeg pater Hoflack om de toestand te bekijken in het          (opstandige) Lisala. Deze stemde toe, indien hij een goede bromfiets ter                     beschikking kreeg. Kreeg bromfiets en na kort Lisala te hebben bezocht, deelde             hij mee 50 lijken te hebben geteld.

è    1960: Louis Nganga wordt bisschop van Lisala.

 

Terug in België (1974-1979):

 

- 1974: Terugkomst uit Kongo

                     Is enkele maanden (hulp)priester geweest in de streek van Veurne en omstreken om ingeschreven te zijn in het bisdom en op die manier gemakkelijker pensioen            te krijgen en socius in Zuun voor opleiding paters was hij ook even.

- eind 1974 trok hij naar het rusthuis voor scheutisten te Torhout

- 1975-1977: Rector van Scheut van Torhout

                     Is op eigen vraag afgezet wegens hartklachten.

- anekdote: toen de Congolese minister van Buitenlandse Zaken Bomboko eens aankwam te Zaventem en pater Pauwelyn daar toevallig ook was, stapte hij meteen op hem toe om te weten hoe het met ‘zijn’ volk ging. Niemand zou dit durven doen, maar Pauwelyn had genoeg aanzag om dit te mogen en dus deed hij het.

- vanaf begin juni 1979 verzwakte zijn hart: hij was rap vermoeid, maar klaagde nooit en wilde overal bij zijn. Toch ging hij zichtbaar achteruit.

- 28 juni 1979: Vergadering van oud-missionarissen in Loppem: heeft er aangevraagd om de       mis voor te gaan, maar heeft dit wegens vermoeidheid niet gedaan. Hij heeft wel       de homilie gedaan (wat hij het liefst deed) en heeft een staande ovatie gekregen.

- Eind juni 1979 te Zevekerke: Geestelijk testament: “In simplicitate cordis, oblati universe”

                                                              “in eenvoud van mijn hart wordt alles doorgebracht”

- in de nacht van maandag 2 op dinsdag 3 juli heeft hij een zware crisis doorgemaakt maar hij wilde niemand storen. De volgende morgen heeft men er wel de doktor bij gehaald, die hem een dag bedrust en enkele dagen huisarrest oplegde.

- die dagen at hij nog beneden samen met anderen en ontving bezoek (o.a. neef-doktor en confraters), maar was toch niet goed.

- op 6 juli vroeg hij om 17u de dokter, die hem meteen naar de kliniek stuurde voor grondig onderzoek. Ondanks weinig gevaar, moest hij toch op intensieve blijven, waar zijn toestand plots snel verslechterde.

- Heeft op eigen dringend verzoek de ziekenzalving gekregen van pater Piet  Vandenbosch (hij zei op het einde al ‘rap rap’) en is daarna onmiddellijk in coma gegaan en dezelfde avond overleden tussen 22 uur 22 uur 30.

- zijn lichaam werd bekleed met kazuifel en albe en in een glazen sarcofaag gelegd in het rusthuis.
- donderdag 12 juli 1979: Grootste begrafenis van een scheutist te Torhout ooit (wegens congé): 830 man in de kerk, waarvan >130 confraters. Meer dan 300 mensen op koffietafel uitgenodigd.

- om 16u werd hij te Oost-Vleteren begraven achter de kerk.

- Bisschop van Lisala Louis Nganga was net op weg om Pauwelyn te bezoeken, maar moest dus jammer genoeg de begrafenis volgen. Hij schreef een uitgebreide afscheidsbrief.

- op een gedenkplaat in Vlamertinge voor hun missionarissen staat ook zijn naam vermeld.

 

 

Karakter:

 

-          Was niet geschikt voor het leraar zijn: kon geen discipline bijbrengen.

-          Liet zich toch niet doen: Toen hij terug naar Kongo ging na zijn verlof gedurende de periode van de onafhankelijkheid, nam hij een revolver mee.

-          Aangezien hij een boerenzoon was, interesseerde hij zich evenveel voor de dieren (de veestapel) in de missies als voor de mensen.

-          Hij was heel welbespraakt en hield dus ook van het preken.

-          Hij was bekend om zijn stem “als een bazuin”.

-          Hij was een frequente roker (pijp en sigaretten).

-          Hij rookte zeer graag sigaren, in Kongo bij voorkeur sigaren van de Kivudaten.

-          hij wenste een vlugge en goede dood, en deze heeft hij dan ook gekregen.

-          Volgens Louis Nganga:

è  opgeruimd en vol van de vreugde van de kinderen Gods

è  opwekkende stem

è  overtuigd dat in opbouw van kerkelijke gemeenschappen voorrang moest gegeven worden aan de verkondiging van het woord

è  vorming van een landeigen clerus is belangrijk

è  eerst wilde hij mogelijke priesters naar het seminarie sturen uit Umangi en Banga, later kon hij deze zelf vormen te Kabwé

è  realist met doorzicht en ervaring

è  hij stond achter de zelffinanciering van de regio (bv. Veestapel)

 

Algemeen:

 

- Er waren meer zusters dan paters in de missies.

- De Belgische kolonie was beter ingericht dan de Franse, Britse… kolonies wat betreft             scholen, ziekenhuizen…

- als West-Vlaanderen een ei was, was Geluwe de dooier (wegens aantal missionarissen vandaar)

- tegen malaria namen missionarissen kinine of nivikine