College VEurne - lesbestanden - project Nederlands - Geschiedenis 2004-2005
startpagina project home college   bronnen/links vorige

verder

Een reis naar China en Congo
22 missionarissen anders bekeken

E. P. POUPEYE

Braem Youri,  De Nie Maxim, Vlaeminck Gertjan

 
Veurne, 20-04-1885  - Kalmthout, 08-10-1964                  79 jaar

* Mail ons

 

Witte Pater

Marcel Benedikt Cornelis Poupeye werd geboren op 20 april 1885, te Veurne. Het gezin woonde in de Zwarte Nonnenstraat 6 in Veurne. Zijn vader, Carolus (Charles) Poupeye was commissaris der Buurtwegen (ingenieur van bruggen en wegen te Veurne), en zijn moeder Romania Vanhaecke huisvrouw. Hij had 3 broers en 2 zussen, waaronder Camille Poupeye, die later bekend geworden is door zijn (Franse) schrijfkunst. Hector Poupeye verhuisde naar Schaarbeek in 1903, waarschijnlijk voor de opleiding van militair. Hun vader overleed echter op 21 oktober 1893, waardoor Marcel’s moeder later hertrouwde met Leopold Hettinck.
Marcel was een gematigde leerling, zijn resultaten waren redelijk wisselvallig. Met visie op Marcel’s toekomst verhuisden ze allen naar de Beenhouwersstraat 116 te Brugge.

 

Zijn priesterwijding vond plaats te Brugge op 29 juni 1910, en hij vertrok in het zelfde jaar naar Belgisch Kongo. Tevens vertrokken nog 60 andere zendelingen en 11 witte zusters. Hij werd overste van de missie van Mungombe in 1935 (ten zuiden van het Kivu meer, zie kaart.) Hij is in verschillende posten geweest van het vicariaat van Opper-Kongo. Pater Provoost uit Menen (zie foto) is overste van de missie Tongeren St. Maria te Rugari. (ten noorden van het Kivu meer).
Ze vierden in alle intimiteit samen hun 25-jarig priesterjubileum.

Hij schreef ook een werkje voor het missietijdschrift der Witte Paters genaamd “In het land der Warega”. Hieruit kunnen we besluiten dat de uitgestrektheid van zijn gebied uitzonderlijk groot was. Het is ongeveer zo groot als België, toch is de bevolking niet zo dicht. Soms zijn ze maanden op weg om toch maar een schoolkapelletje te bereiken.  Hij beschrijft in zijn werk hoe mensen in het Westen het ontzien om een halfuurtje te stappen naar de Kerk. Men heeft immers goede benen nodig om de parochie te kunnen dienen. Ze zijn met hun drieën en hebben er samen 80 jaar Congo op zitten. Verder vraagt hij ook naar nieuwe missionarissen. Er zijn ook veel goede christenen, de arme bevolking steunde een omhaling voor de “Voortplanting des Gods “. Marcel kijkt erg kritisch op de Westerse samenleving in die tijd en is positief over zijn missiegebied.

 

Vroeger gebeurde het maar zelden dat een missionaris stierf in zijn geboorteland.

Nu is dit meestal het geval, omwille van de nieuwe tijdsomstandigheden.

Voor 1945 werden de konfraters die in de provincie leefden voor de helft begraven op plaats van overlijden geboortedorp. Maar vanaf 1945 werden deze gewoonlijk begraven op het gezamenlijk kerkhof te Varsenare, dit op enkele uitzonderingen na.

Onze missionaris was geen uitzondering en ligt begraven te Varsenare op de gemeenschappelijke begraafplaats.