|
Politieke interesse was
de familie Baelden niet vreemd. Grootvader Ferdinandus Ignatius Baelden was
burgemeester van Houtem vanaf 1855 tot zijn dood in 1860. Vader Theophilus
was gemeenteraadslid van Wulveringem vanaf 1903 tot hij overleed in 1918.
De ouderlijke hoeve werd in de Tweede Wereldoorlog platgebombardeerd en niet
meer heropgebouwd. Bij dat bombardement sneuvelden ook vele kostbare
familiefoto's. De hoeve bevond zich geografisch gezien onder de Bergenvaart.
Rond de voormalige hoevegebouwen slingert zich de huidige Ketseweg, die de
verbinding tussen Houtem en het gehucht ’t Zwaantje vormt. Over de
Bergenvaart ter hoogte van de hofstede bevindt zich nog steeds de
Baeldenbrug, genoemd naar de ouders van Leo Baelden.
Waarschijnlijk volgde
Leo een vorm van lager onderwijs in een naburige gemeente. Daarna voltooide
hij in 1910-1911 het vijfde voorbereidende jaar in het Bisschoppelijk
College in Veurne. In het toen nog Franstalige college kreeg hij er de
quotering ’très bien’. Wellicht moest Leo daarna thuis op de boerderij
helpen, want zijn naam duikt niet meer in de schoolregisters op. Zijn
laatste verblijfplaats vóór de oorlog was het voormalige Noordhoek 7,
wellicht de ouderlijke hoeve.
De ongehuwde
landbouwknecht, die op 1 juni 1916 opgeroepen was, meldde zich op 8 juli
1916 bij het leger aan. Soldaat 2de klasse Leo Baelden behoorde
tot het speciaal contingent 1916. Zijn stamnummer was 133/2280. Na zijn
gewone opleiding werd hij ondanks zijn verminderd zicht – categorie A8 in
die tijd - naar het Centre d'Instruction des Mitrailleurs in Honfleur
doorverwezen. Daar kreeg hij een bijkomende opleiding om met een mitrailleur
te leren omgaan. Vanaf 1915 reorganiseerde en moderniseerde het Belgisch
leger zich. Belgische fabrieken voor artillerie ontstonden in Frankrijk en
Engeland. Het artilleriepark breidde uit. Veel meer soldaten waren nodig om
de artilleriestukken te bedienen. Later werd er ook naar gestreefd om elk
bataljon van de infanterie met een compagnie mitrailleurs uit te rusten. Op
21 oktober 1916 beëindigde Leo zijn opleiding. Daarna zorgde hij een tijd
voor de voeding, kleding en bevoorrading van de troepen.
Op 5 juli 1917 voegde
Leo zich bij het 3de Karabiniersregiment. Dit regiment behoorde
tot de 6de Legerdivisie. Leo Baelden maakte deel uit van de 4de
Compagnie. Het 3de Regiment Karabiniers lag in die periode (van 4
tot 15 juli 1917) in reserve in barakken te Leisele. Daarna begaven ze zich
weer naar het front in Nieuwkapelle en vervolgens naar de sector
Sint-Jacobskapelle. Waarschijnlijk ging Leo die zomer thuis helpen bij de
oogst, want op 11 augustus 1917 kreeg hij een maand verlof 'sans solde'.
|