|
Zaterdag 23 januari
1915
De Duitse artillerie sliep
nooit.Veurne werd om 02u.30 gewekt door de eerste granaatinslag van
die dag. Die viel op het huis van de Weduwe Loyette in de Zuidstraat
en doodde dochter Marie in de kelder. Kort daarop werd het huis van de
familie Vandenabeele op de Appelmarkt geraakt door een granaat maar
die maakte geen slachtoffers. Bij het eerste licht verlieten veel
inwoners de stad. Om 08u.30 trof een granaat het huis van de familie
Marckey in de Klaverstraat en verwondde drie bewoners.
Net voor de middag vielen kort na
elkaar vijf granaten op Veurne waarvan één in de Boterweegschaalstraat
en drie op de Grote Markt. Op dat moment liepen er mensen over de
markt. Een twaalfjarige jongen, Joris Bailleul vergezelde een vriend
die de stad verliet. Een granaat doodde Joris op slag. Hij werd
begraven op het kerkhof van Veurne.
Aan de andere kant van de markt
liep Roosje Vecht, de overigens enige Nederlandse verpleegster van het
Britse Belgian Field Hospital. Rosa Vecht haastte zich van het
hospitaal in de gebouwen van het Bisschoppelijk College naar haar
kamer in de Noordstraat om haar koffer te pakken. Alle gewonden van
het veldhospitaal zouden immers naar Duinkerke worden geëvacueerd. Zij
zou met het gros van de verpleegsters tijdelijk in St.-Malo of De
Panne gaan logeren in afwachting van een nieuwe vestiging in Hoogstade.
De aanhoudende beschietingen maakten hospitaalwerk in Veurne
onmogelijk. Toen viel nog een granaat op het marktplein en een
granaatscherf vermangelde haar been. Ze werd nog naar het Rode
Kruishospitaal L’Océan in De Panne afgevoerd. Haar been werd
geamputeerd, maar Roosje Vecht stierf door bloedverlies. Ze was
drieëndertig.
Ook het Groot Hoofdkwartier van
het Belgische Leger verliet het stadhuis dat werd ingeruild voor het
kasteel Bernier langs de Ieperse Steenweg. De volgende dag leek Veurne
wel een spookstad.
Joris was een zoontje van Henri
Bailleul en diens tweede vrouw Eugenie Bouteca. Herbergier en
steenhouwer Henri Bailleul was de trotse vader van 20 kinderen, tien
met zijn eerste echtgenote Marie Debeerst (+1891) en tien met Eugenie.
Hij zou nog een zoon verliezen aan de oorlog: soldaat Pamphiel
Bailleul sneuvelde op de eerste dag van het grote eindoffensief, 28
september 1918. Het gezin Bailleul hield in de Ooststraat de herberg
‘In den Hert’open. De steenhouwerij op de Kaatsspelplaats werd tijdens
de oorlog vernield. Een andere zoon, Alfons Bailleul, startte de zaak
weer op na de oorlog en in 1933 kwam er een nieuwe en ruimere
werkplaats in de K. Coggelaan onder diens zoon Karel Bailleul. De zaak
wordt nu uitgebaat door Roger Bailleul, een achterkleinzoon van Henri
en dus ook een achterneef van de kleine Joris.
Leen
Catrysse, Nele Verdonck, Gwynet Leyre, Jolien Deprez
|