College VEurne - lesbestanden - project Nederlands - Geschiedenis 2004-2005

Vierentwintig
Gezichten van een Grote Oorlog

     
Joris Bailleul
+ 23 januari 1915
12 jaar
Veurne

De foto van de beschadigingen aan de markt dateert van iets later.

 

Zaterdag 23 januari 1915

De Duitse artillerie sliep nooit.Veurne werd om 02u.30 gewekt door de eerste granaatinslag van die dag. Die viel op het huis van de Weduwe Loyette in de Zuidstraat en doodde dochter Marie in de kelder. Kort daarop werd het huis van de familie Vandenabeele op de Appelmarkt geraakt door een granaat maar die maakte geen slachtoffers. Bij het eerste licht verlieten veel inwoners de stad. Om 08u.30 trof een granaat het huis van de familie Marckey in de Klaverstraat en verwondde drie bewoners.

Net voor de middag vielen kort na elkaar vijf granaten op Veurne waarvan één in de Boterweegschaalstraat en drie op de Grote Markt. Op dat moment liepen er mensen over de markt. Een twaalfjarige jongen, Joris Bailleul vergezelde een vriend die de stad verliet. Een granaat doodde Joris op slag. Hij werd begraven op het kerkhof van Veurne.

Aan de andere kant van de markt liep Roosje Vecht, de overigens enige Nederlandse verpleegster van het Britse Belgian Field Hospital. Rosa Vecht haastte zich van het hospitaal in de gebouwen van het Bisschoppelijk College naar haar kamer in de Noordstraat om haar koffer te pakken. Alle gewonden van het veldhospitaal zouden immers naar Duinkerke worden geëvacueerd. Zij zou met het gros van de verpleegsters tijdelijk in St.-Malo of De Panne gaan logeren in afwachting van een nieuwe vestiging in Hoogstade. De aanhoudende beschietingen maakten hospitaalwerk in Veurne onmogelijk. Toen viel nog een granaat op het marktplein en een granaatscherf vermangelde haar been. Ze werd nog naar het Rode Kruishospitaal L’Océan in De Panne afgevoerd. Haar been werd geamputeerd, maar Roosje Vecht stierf door bloedverlies. Ze was drieëndertig.

Ook het Groot Hoofdkwartier van het Belgische Leger verliet het stadhuis dat werd ingeruild voor het kasteel Bernier langs de Ieperse Steenweg. De volgende dag leek Veurne wel een spookstad.

Joris was een zoontje van Henri Bailleul en diens tweede vrouw Eugenie Bouteca. Herbergier en steenhouwer Henri Bailleul was de trotse vader van 20 kinderen, tien met zijn eerste echtgenote Marie Debeerst (+1891) en tien met Eugenie. Hij zou nog een zoon verliezen aan de oorlog: soldaat Pamphiel Bailleul sneuvelde op de eerste dag van het grote eindoffensief, 28 september 1918. Het gezin Bailleul hield in de Ooststraat de herberg ‘In den Hert’open. De steenhouwerij op de Kaatsspelplaats werd tijdens de oorlog vernield. Een andere zoon, Alfons Bailleul, startte de zaak weer op na de oorlog en in 1933 kwam er een nieuwe en ruimere werkplaats in de K. Coggelaan onder diens zoon Karel Bailleul. De zaak wordt nu uitgebaat door Roger Bailleul, een achterkleinzoon van Henri en dus ook een achterneef van de kleine Joris.

Leen Catrysse, Nele Verdonck, Gwynet Leyre, Jolien Deprez