Joris Becue
+
26 oktober
1914
21 jaar
Veurne

|
|
Joris Jozef Cornelis werd geboren thuis te Veurne op vier november
1892 om 8 uur ’s avonds als oudste zoon en vierde kind in het gezin
Becue. Zijn vader, Florimond Becue en zijn moeder, Eudoxie Demolder
hadden samen 7 kinderen: Margaretha (°1889), Magdalena (°1890), Adela
(°1891), Joris (°1892), Alicia (°1895), Cyriel (°1896) en Juliaan (°1898)
. De jongste zoon, Juliaan of Julien zal later de ouderlijke hoeve
overnemen. Ondertussen leeft daar de zesde generatie Becues. Het
vroegere adres Beoosterpoort 13, is nu Proostdijkstraat 30 geworden.
Hij stopte zijn schoolloopbaan na
het 5de middelbaar, tegenwoordig het tweede jaar. Hij was
toen zestien. Als oudste zoon in een landbouwersgezin zou Joris maar
tot zijn zestiende school lopen, want hij moest zo snel mogelijk
voltijds mee helpen op de hoeve.
Joris was twintig toen hij als oudste
zoon onder het nummer 104/57.248 opgeroepen werd in de lichting van
1912. Joris werd ingedeeld bij de 2de Compagnie in het 2de
Bataljon van het 4de Linieregiment. Dat maakte deel uit van
de 1ste Divisie. Het 4de Linieregiment ging
terug op het ‘Regiment van Doornik’ dat er voor de 10-daagse veldtocht
tegen de Nederlanders in 1831 al bij was. Het 4de en het 24ste
Linieregiment zijn op dat ogenblik gelegerd te Brugge, in wat toen de
Poermolenkazerne en later de Luitenant-kolonel Rademakerskazerne werd
genoemd.
Na de val van Antwerpen wordt het
4de Linieregiment ingezet om Gent te verdedigen. Op 9
oktober betrok het regiment stellingen bij Melle maar op 13 oktober
arriveerde het regiment met de trein in Brugge om ’s anderendaags naar
Gistel door te trekken waar de soldaten ’s nachts de tram naar
Oostende en daarna die naar Veurne namen. Het regiment werd daar in
reserve gezet waardoor Joris even drie dagen thuis was. Daarna werd
zijn regiment achter de IJzer opgesteld.
In de nacht van 17 op 18 oktober
trok een verkenningsafdeling onder het bevel van Majoor Lefevre naar
Spermalie. De volgende morgen stelde de hele 1ste
legerdivisie zich op tussen Schoorbakke en kilometerpaal 10, middenin
de bocht van Tervate. De brug van Schoorbakke werd bewaakt door
soldaten van het 4de Linieregiment. Tegenover hen stonden
de Duitse 4de Ersatzdivisie en het 3de
Reservekorps. Dan breekt de hel van de IJzerslag los. Op 20 oktober
lanceerden de Duitsers hun eerste grootscheepse aanval op de Belgische
stellingen. Daarbij bestookten ze de Belgen met 210mm geschut. Op
diezelfde dag bracht Koning Albert I het fameuze terugtrekkingsverbod
uit: elke Belgische militair die zijn post verliet zou onmiddellijk
terechtgesteld worden. Ook op 22 oktober kreeg het 4de het
hard te verduren: er werden zware gevechten geleverd om de brug van
Schoorbakke. Een tegenaanval van de Belgen mislukte. De bevelvoerende
officieren van het regiment en van de divisie sneuvelen allebei nabij
Schoorbakke. De verdediging van de brug van Schoorbakke en van de
bocht van Tervate werd opgeheven en het front verplaatste zich
achteruit, achter de Grote Beverdijk. Op dat moment bestaat het 4de
Linieregiment nog slechts in naam: Het resultaat van drie dagen
onafgebroken vechten is verschrikkelijk: er zijn nog slechts 199 man
gevechtsklaar. Zonder enige officier. Het 22ste
Linieregiment kwam op 24 oktober het 4de versterken.
Diezelfde dag nog moest ook de Grote Beverdijk opgeheven worden na een
mislukte Franse tegenaanval. Wellicht werd Joris Beceu bij die
gevechten, ofwel later op de dag bij de terugtrekking naar de holte
van Booitshoeke, gewond aan de borst. De aftocht naar Booitshoeke
moest veilig gesteld worden door 4500 man van o.a. het 4de
op te stellen tussen Pervijze en Schoorbakke. Twee dagen later trok
het Belgisch leger zich helemaal terug achter de spoorwegberm van de
lijn Nieuwpoort- Diksmuide. Daar hielden de Belgen stand tot aan de
reddende inundatie en kon de wacht aan de IJzer beginnen. Zij het
zonder soldaat Joris Beceu.
De zwaargewonde Joris werd
haastig verbonden door een regimentsarts en daarna afgevoerd met een
ambulance of met een trammetje naar het station van Veurne. Daar ging
het de trein op naar het militair hospitaal van Rozendael bij
Duinkerke. Dat waren eigenlijk locomotiefloodsen met stro op de
vloeren. Rozendael was bovendien een hospitaal van het Franse leger,
maar wellicht bleek Joris te zwaar gewond om hem nog verder te laten
reizen naar het Belgische Rode-Kruishospitaal in Calais. Een
gewondentrein deed er door het enkele spoor vanaf Veurne en door de
oorlogsomstandigheden twee, soms drie dagen over naar Duinkerke of
Calais. Jammer dat de zwaargewonde Joris niet naar het prille Britse
veldhospitaal in de gebouwen van zijn vroegere school, het
Bisschoppelijk College was afgevoerd. Dat was toen, op 24 oktober, aan
zijn derde dag toe. Die beslissing zou zijn overlevingskansen verhoogd
hebben.
 |
|
Maar Joris stierf die dag, een
week voor zijn 22ste verjaardag, in Rozendael en werd er de
volgende dag haastig begraven. De Fransen hadden echter zijn naam fout
geregistreerd en op graf 22 staat "BEGNE Georges Mort pour la
patrie" geschreven. Schrijnend.
Stijn Dolfen,
Willem Boeve, Pascal Vieren |
|