College VEurne - lesbestanden - project Nederlands - Geschiedenis 2004-2005

Vierentwintig
Gezichten van een Grote Oorlog

     

Séraphin Debandt
+ 02 november 1918
2
2 jaar
Steenkerke

                                             

 

Seraphin Debandt werd geboren in een geslacht van burgemeesters. Tussen 1700 en 1900 telde de familie zeven burgervaders. En burgemeesters van Steenkerke waren per definitie landbouwers. De familiehoeve lag in de Alloenstraat. Daar werd Seraphin geboren in de zomer van 1896 als zevende zoon van Hippoliet Debandt en Romanie Devoghel. Er waren ook nog twee zusjes. Toen hij zestien was, ruilde hij, zoals gebruikelijk in plattelandsgezinnen, de schoolbank op het Bisschoppelijk College in voor de landbouwersstiel. De toekomst leek voorspelbaar. Kort daarop brak echter de Eerste Wereldoorlog uit en Seraphins leven kreeg een heel andere wending.

 


Seraphin, toen negentien, werd opgeroepen bij de lichting van 1915. Als soldaat 2de klas, met het stamnummer 123/1098 werd hij toegevoegd aan de 3de Compagnie van het 23ste Linieregiment dat samen met het 4de en het 24ste deel uitmaakte van de 7de Infanteriedivisie.
 

   

Op 28 september 1918 lanceerden de Geallieerden hun grote offensief tegen de Duitse linies tussen De Blankaart (bij Diksmuide) en Wieltje (bij Ieper). Dit najaarsoffensief zal later de start van het eindoffensief blijken te zijn. De 7de Infanteriedivisie kreeg als eerste opdracht om het gereputeerde Bos van Houthulst, centraal gelegen in de Duitse Flandern I-Stellung, in te nemen. Fransen en Engelsen hadden in 1917 vruchteloos geprobeerd de Duitse verdediging ervan uit te schakelen. Nu was het de beurt aan de Belgische 7de Infanteriedivisie, waar Seraphin Debandt deel van uitmaakte. Het “bos” was ondertussen omgevormd tot een schijnbaar ondoordringbare verzameling versplinterde boomtronken, ontwortelde bomen, ondergelopen granaattrechters en betonnen bunkers met machinegeweren. Met de aanvang van een helse, drie-uur-durende artilleriebeschieting die de Belgische aanval inluidde, begon het ook hard te regenen. Het 23ste Linieregiment viel frontaal aan, met rechts het 4de en links het 24ste. Wat een onmogelijke operatie leek, bleek op de avond van 29 september een feit: de 7de Infanteriedivisie had het Bos van Houthulst heroverd. De verliezen waren indrukwekkend, maar Seraphin had het overleefd..Op 30 september bereikte zijn regiment Staden. De eerste strijd was gestreden. Het 7de mocht op adem komen achter het IJzerfront, tussen Nieuwpoort en Diksmuide.

Op14 oktober begon alles opnieuw met de aanval op de lijn Oostende-Torhout-Roeselare. De bedoeling van de Geallieerde legerleiding was de Duitsers af te snijden van de zee en zo de weg naar Gent vrij te maken. De Duitse frontlijn werd vooraf massaal bestookt met artillerie maar niet op de morgen van de grote aanval. Dat moest het verrassingseffect bevorderen. Om 05u.30 klommen de infanteristen uit hun loopgraven, tegelijkertijd legde de artillerie een granatentapijt voor de infanterie uit. Dat tapijt vorderde honderd meter per drie minuten en maakte schoon schip van een groot deel van de Duitse stellingen.

De 7de Infanteriedivisie, terug uit rust, viel op 16 oktober, vanuit heroverde posities tussen Diksmuide en Lichtervelde, Vladslo, Beerst en Keiem aan vanuit het achterland. Ze bereikten de IJzer aan de Duitse kant en bezetten Lombardzijde, Schore en Leke. Het IJzerfront behoorde daarmee definitief tot de geschiedenis. Op 17 oktober viel Oostende. Op 18 oktober stond de 7de Infanteriedivisie in Jabbeke en Aartrijke, de volgende dag viel Oostkamp. Daar kreeg de divisie, na een dag rust, nieuwe bevelen: ze moest troepen aflossen in Zomergem die vastgelopen waren op de laatste Duitse verdedigingslijn voor Gent. De Duitsers wilden standhouden achter het Leiekanaal.
 


Zomergem november 1918
 

Het 23ste Linieregiment vorderde via de waterlopen ten noorden van Brugge richting Gent. Samen met het 4de Linieregiment drong het 23ste het dorp Zomergem binnen. De Duitsers boden vijf dagen weerstand en lieten een grondig vernield dorp achter. Daarna ging het 23ste op de beken en kanalen van het Leiegebied af. Daar kregen ze zware Duitse tegenaanvallen te verwerken. De Belgen moesten zich onder druk van die tegenaanvallen terugtrekken tot achter het Leiekanaal waar ze standhielden. Ondertussen waren Franse, Britse en ook twee Amerikaanse divisies er wel in geslaagd om de Schelde te heroveren. Het stroomgebied van de Leie verder verdedigen had daardoor voor het Duitse leger geen zin meer. Op twee november, tijdens één van de Duitse tegenaanvallen, werd Seraphin gewond door een granaatscherf die de slagader van zijn linkerdij doorsneed. Hij werd nog overgebracht naar het Legerhospitaal in Brugge, maar hij overleed daar.

 

Negen dagen later tekende Duitsland een wapenstilstandakkoord. De feestelijkheden konden beginnen, maar niet voor de familie Debandt. Soldaat Seraphin Debandt werd eerst begraven op de militaire begraafplaats van Steenbrugge. Die werd kort na de oorlog ontruimd en Seraphin werd opnieuw begraven op het kerkhof van zijn geboortedorp Steenkerke. Daar ligt hij nog, onder een ondertussen door weer en wind vernielde grafsteen. Binnen in de dorpskerk hangt er een gedenksteen voor zeven gesneuvelde militairen. “Aan onze helden”, zo klinkt de titel boven de naamlijst.

  Andy Braem, Bryan Vermeersch, Yanish Wicke