| |
|
Op 28 september 1918
lanceerden de Geallieerden hun grote offensief tegen de Duitse linies tussen
De Blankaart (bij Diksmuide) en Wieltje (bij Ieper). Dit najaarsoffensief
zal later de start van het eindoffensief blijken te zijn. De 7de
Infanteriedivisie kreeg als eerste opdracht om het gereputeerde Bos van
Houthulst, centraal gelegen in de Duitse Flandern I-Stellung, in te nemen.
Fransen en Engelsen hadden in 1917 vruchteloos geprobeerd de Duitse
verdediging ervan uit te schakelen. Nu was het de beurt aan de Belgische 7de
Infanteriedivisie, waar Seraphin Debandt deel van uitmaakte. Het “bos” was
ondertussen omgevormd tot een schijnbaar ondoordringbare verzameling
versplinterde boomtronken, ontwortelde bomen, ondergelopen granaattrechters
en betonnen bunkers met machinegeweren. Met de aanvang van een helse,
drie-uur-durende artilleriebeschieting die de Belgische aanval inluidde,
begon het ook hard te regenen. Het 23ste Linieregiment viel frontaal aan,
met rechts het 4de en links het 24ste. Wat een onmogelijke operatie leek,
bleek op de avond van 29 september een feit: de 7de Infanteriedivisie had
het Bos van Houthulst heroverd. De verliezen waren indrukwekkend, maar
Seraphin had het overleefd..Op 30 september bereikte zijn regiment Staden.
De eerste strijd was gestreden. Het 7de mocht op adem komen achter het
IJzerfront, tussen Nieuwpoort en Diksmuide.
Op14 oktober begon alles opnieuw met de aanval op de lijn
Oostende-Torhout-Roeselare. De bedoeling van de Geallieerde legerleiding was
de Duitsers af te snijden van de zee en zo de weg naar Gent vrij te maken.
De Duitse frontlijn werd vooraf massaal bestookt met artillerie maar niet op
de morgen van de grote aanval. Dat moest het verrassingseffect bevorderen.
Om 05u.30 klommen de infanteristen uit hun loopgraven, tegelijkertijd legde
de artillerie een granatentapijt voor de infanterie uit. Dat tapijt vorderde
honderd meter per drie minuten en maakte schoon schip van een groot deel van
de Duitse stellingen.
De 7de Infanteriedivisie, terug uit rust, viel op 16 oktober, vanuit
heroverde posities tussen Diksmuide en Lichtervelde, Vladslo, Beerst en
Keiem aan vanuit het achterland. Ze bereikten de IJzer aan de Duitse kant en
bezetten Lombardzijde, Schore en Leke. Het IJzerfront behoorde daarmee
definitief tot de geschiedenis. Op 17 oktober viel Oostende. Op 18 oktober
stond de 7de Infanteriedivisie in Jabbeke en Aartrijke, de volgende dag viel
Oostkamp. Daar kreeg de divisie, na een dag rust, nieuwe bevelen: ze moest
troepen aflossen in Zomergem die vastgelopen waren op de laatste Duitse
verdedigingslijn voor Gent. De Duitsers wilden standhouden achter het
Leiekanaal.
|