College VEurne - lesbestanden - project Nederlands - Geschiedenis 2004-2005

Vierentwintig
Gezichten van een Grote Oorlog

 

 

 

Karel Desaever

+
0
2 april 1918
30jaar
Wulpen

Het lot van Karel Desaever mag dan wel een noot zijn in de kantlijn van de Grote Geschiedenis, het blijkt een sterk verhaal over de wreedheid van het leven in oorlogstijd.

Op 24 augustus 1887 trouwden te Wulpen Aloïs Desaever en Constance Gombert. Op 24 november van hetzelfde jaar, om 20u.00 ’s avonds was het al zover: de eerste kreetjes van de kleine Carolus Ambrosius Desaever waren een feit. Er kwamen er nog tien na hem, zodat het een levendige bedoening werd in de Conterdijk te Wulpen.

Vader Aloïs was een getalenteerd meubelmaker. Hij ontwierp ondermeer biechtstoelen voor de parochiekerken van St.-Andries Brugge en van Wulpen. In Brugge staat zijn biechtstoel naast twee andere van Hendrik Pickery, één van de belangrijkste beeldhouwers uit de 19de eeuw. Ook werkte hij mee aan het binnenwerk van de St.-Annakerk. In Veurne is er schrijnwerk van hem in de St.-Walburgakerk en een biechtstoel in de St.-Niklaaskerk. Karel kwam dus ter wereld in een artistiek en bloeiend bedrijf. Wulpen werd daardoor al snel te klein en in 1893 verhuisde de werkplaats na
ar Veurne. Eerst in de Vestingstraat, de tegenwoordige Oude Vestingstraat en daarna, in 1905, naar de Rozendalstraat, nr. 14.


De zonen Desaever liepen school op het Bisschoppelijk College, maar op broer August na, bleven ze na het zevende jaar thuis werken
. Leerplicht was toen immers maar tot 12 jaar.

 

 

Karel trouwde op 24 oktober 1907 met Leontine Vanhelle, een dochter uit de herberg “De Violon”. Zij gingen wonen in “Binnen de Palen” nr.24, dat wil zeggen: nog binnen een mijl van de stadskern. Hun eerste kindje was Albert, geboren op 22 maart 1911 en vier jaar later, op 12 januari, het tweede kindje: Georgette. Ondertussen woonde het gezin van Karel Desaever in de Ieperse Steenweg, op het nummer 82A.

Karel specialiseerde zich als schrijnwerker in het maken van rolluiken, een nieuwigheid in die tijd die steeds populairder werd, vooral voor uitstalramen van winkels. Net voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog stond hij op het punt zijn eigen rolluikenbedrijf te beginnen in de schrijnwerkerij aan de Ieperse Steenweg, nr. 84.

 

Karel met zoon Albert !
Karel was rolluikinstallateur. Op het bord staat te lezen
Entreprises de volets mécaniques. Façades/Stores

 




Karel was geen gemakkelijke man. Leontine vertelde later aan haar kleinkinderen dat hij behoorlijk opvliegend van aard was, vooral in zijn werk: als een werkstuk niet naar zijn zin was, dan sloeg hij het kapot. Hij was ook erg nieuwsgierig en leergierig van aard en dat zou zijn dood worden.

 

 

Karel werd nog als loteling opgeroepen bij de lichting van de nationale militie van 1907. Op 17 mei werd hij ingelijfd bij het 9de Linieregiment. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog verhuisde hij naar het 7de Linieregiment. Ook Karels broer Joseph werd na het uitbreken van de oorlog opgeroepen.

Het 7de Linieregiment diende al onder de Britse Generaal Wellington bij Waterloo in 1815. Nu was het een onderdeel van de 2de Divisie onder Generaal Dossin en het werd begin oktober ingezet bij de verdedigingslijn achter de Dijle en later bij de fortengordel rond Antwerpen. Tijdens de gevechten aan de Dijle om het fort van Waver raakte Karel op 4 oktober lichtgewond door een kogel. Tijdens de eerste dagen van de Slag aan de IJzer werd het 7de o.a. ingezet bij Mannekensvere, bij Lombardzijde en bij St.-Joris. Zij bliezen ook de Uniebrug op en dit  op 19 oktober, toen die onhoudbaar werd onder de aanhoudende Duitse stormlopen. Daar staat een gedenkteken voor het regiment. Er is een bekende prentkaart waarop het 7de Linieregiment fier paradeert voor Koning Albert I op de Grote Markt van Veurne. Daar was Karel bij.

Na 44 maanden frontdienst werd Karel op 9 maart 1918 ingedeeld bij de 1ste Compagnie van het Spoorwegbataljon met als standplaats Veurne. Maar nauwelijks een maand later sloeg het noodlot toe. Karel was op 02 april op bezoek bij zijn ouders aan de Ieperse Steenweg. Zij hoorden een Duits vliegtuig aan komen vliegen en gingen een kijkje nemen.: Vader klom op de schuur van herberg De Violon en Karel keek van op de grond. De bom die het vliegtuig loste kon hen niet missen: Karel werd op slag gedood, vader Aloïs gewond. Karel maakte de gevaarlijkste momenten van de oorlog mee, om uitgerekend op zijn vrije dag te sneuvelen. En dan nog door zijn nieuwsgierigheid. Hij werd begraven te Bulskamp, maar het graf is ondertussen verdwenen. De ellende voor de familie hield daarmee niet op: zijn broer Joseph Desaever sneuvelde in september van hetzelfde jaar te Langemark. Karel liet zijn vrouw en twee kleine kinderen achter. Zij is haar verlies nooit te boven gekomen. Ook financieel stond ze in de kou. Het Belgische leger betaalde haar een schamele 267 franken uit. Ze trok noodgedwongen terug in bij haar ouders in de herberg.


Kaat Verhaeghe, Mieke Vandenbroucke, An Loones