College VEurne - lesbestanden - project Nederlands - Geschiedenis 2004-2005

Vierentwintig
Gezichten van een Grote Oorlog

     

André Dobbelaere
 

+ 22 oktober 1918
2
1 jaar
Veurne


                                             

 

De familie Dobbelaere was een slagersfamilie. In meerdere generaties van de afgelopen twee eeuwen doken slagers op. Ook Hippoliet Dobbelaere, die van Lo afkomstig was, baatte een slagerij uit in de Veurnse Zuidstraat, Wijk A, nr. 19. Hij huwde met Ludovica Pillaert en samen kregen ze tien kinderen. André, de jongste, werd op 7 februari 1897 om 5 uur ’s morgens thuis geboren. Twee dagen werd hij gedoopt. Andrés oom Arseen Van den Dries, gehuwd met Hippoliets zus en slager in de Ooststraat in Veurne, was een van de getuigen.

André Dobbelaere volgde moderne humaniora aan het Bisschoppelijk College en behaalde zijn diploma met ‘omzeggens de volmaaktheid’. Arthur Ternier, die net als hij in de Eerste Wereldoorlog zou sneuvelen, was een klasgenoot van hem. Kort na zijn studies werd André opgeroepen door het Belgische leger om zijn dienstplicht te vervullen. Volgens zijn militair dossier had hij helblauwe ogen, blond haar, een scherpe neus en een bleke huid.

Op 1 juli 1916 trad André in dienst in het leger. Hij werd ingeschreven in De Panne en verbleef 8 maanden in opleidingskamp nr. 2 in Honfleur. Vanaf 5 februari 1917 was hij actief in de 1ste Compagnie van het 1ste Bataljon in het 10de Linieregiment. Het 10de Linie behoorde in 1918 tot de 4de Legerdivisie, die onder leiding van luitenant-generaal Baron Michel du Faing d’Aigremont stond. Tot deze legerdivisie behoorden de 4de Infanteriedivisie, bestaande uit het 8ste, 10de en het 18de Linieregiment, en de 10de Infanteriedivisie, met de 13de, 19de en 20ste Linieregimenten.

Als soldaat van het 10de Linieregiment vocht André Dobbelaere aan het front tijdens het bevrijdingsoffensief, waarvan hij het einde echter niet meemaakte. De tweede fase van het eindoffensief startte succesrijk op maandag 14 oktober 1918. De 4de Infanteriedivisie slaagde erin het (spoor)wegenknooppunt Kortemark op relatief korte tijd door omsingeling te veroveren. Op dezelfde dag werd het laag gelegen en daardoor moeilijk te bereiken Handzame door de 10de ID ingenomen. De aanval op het dorp Werken door de 20ste Linie werd een dag uitgesteld, zodat de genietroepen de ondergelopen broeken met loopbruggen konden overbruggen.

 

De Groepering Noord trok op 15 oktober naar ‘eindobjectief’ Torhout om de stad te omsingelen. Na een hele dag marcheren, kwam de 4de ID er aan. De opmars verliep snel, maar de verliezen waren groot: 10 officieren en 220 manschappen werden buiten gevecht gesteld die dag. De dag erop werd Torhout vlug omsingeld en kort daarop door de Duitsers ontruimd. De 10de ID bereikte op 15 oktober het bos van Wijnendale, hun eindobjectief. De volgende dag slaagden ze erin de weerstand van het mitrailleurvuur vanuit het kasteel uit te schakelen, zodat ze ’s avonds al in verdediging langs de spoorweg Torhout-Oostende lagen.

Op 17 oktober achtervolgde de 4de ID de vijand in de richting van Ruddervoorde-Beernem, met het 10de en 18de Linieregiment voorop en de 8ste Linie in reserve. Daarna ging het verder richting Oostkamp, om daar het contact met de vijand te hervatten. Tegen de avond had het 2de Bataljon 10de Linie Waardamme bereikt. De dag nadien stootte de 4de ID op het Duitse mitrailleurvuur aan de Hertsbergebeek en de Ringbeek. De vijand wilde het kanaal Brugge-Gent verdedigen en de Belgische troepen geraakten onmogelijk over de beken. De eerste aanval op het kasteel van Hertsberge leverde de 10de Linie door de weerstand van de troepen in het kasteel slechts 100 m terreinwinst op. Vele uren later was een nieuwe aanval via het noorden wel een succes. Ondertussen waren alle pogingen om de oosteroever van de beken te bezetten, mislukt. Er waren talrijke verliezen en de gevechten werden tot de volgende morgen uitgesteld.

In achtervolgingsopstelling bereikte de 4de ID op 19 oktober het kanaal Brugge-Gent zonder enige weerstand te hebben ontmoet. Ter vervanging van de bestaande bruggen, die de vijand vernield had, gebruikten ze een noodloopbrug en een noodvlot. De opmars in achtervolgingsformatie van 20 oktober verliep normaal. Ondanks de sterke vijandelijke bezetting van Bellem en de Bruggewijk, kon de 8ste Linie beide objectieven veroveren. De 18de Linie legerde in Aalter en de 10de in Maria-Aalter. Ter hoogte van het station van Hansbeke werd de opmars de volgende dag gestopt. Op 22 oktober loste de 18de Linie de 8ste af in eerste lijn, maar ook zij slaagden er niet in het Leiekanaal te overschrijden. Nieuwe richtlijnen planden de gezamenlijke overschrijdingsactie op 24 oktober.

22 oktober 1918 was ook de dag waarop een obusscherf André Dobbelaere trof in het hart. De wonde werd hem fataal en hij stierf om 7.30u. ’s morgens in de Velostraat in Hansbeke. Dezelfde dag nog werd hij in Bellem begraven. Op 29 juni werd zijn stoffelijk overschot op vraag van de familie naar Veurne overgebracht en op het kerkhof van de Oude Vesting (4-B-102) herbegraven.

Evy Catteeuw, Lien Dobbelaere, Sarah Pannecoucke