College VEurne - lesbestanden - project Nederlands - Geschiedenis 2004-2005

Vierentwintig
Gezichten van een Grote Oorlog

 

 

 

Gustaaf alias
 

Gaston Pattou


+ 18 oktober 1918
19 jaar
De Moeren (Veurne)

                                               

 


Het echtpaar Pattou-Laniez kwam in het Veurnse wonen op 22 augustus 1893. Ze kwamen van De Moeren
, waar ze een maand voordien waren getrouwd. Mathilde Laniez schonk op 03 februari 1898 om 02u.00 ‘s nachts het leven aan haar eersteling Gustaaf Eugeen Cornelis Pattou. Zij was toen al 38. De kleine Gustaaf werd geboren op de hoeve, in de wijk Bewesterpoort nr.159. Gek genoeg zou de naam die in de geboorteregisters werd ingeschreven, nooit gebruikt worden. De familie verving Gustaaf door Gaston en onder deze naam werd hij later in het schoolregister en zelfs in zijn militair dossier ingeschreven.

Gaston dus, groeide op als oudste van drie. Broertje Marcel werd geboren in 1900 en zusje Angéle in 1903. Drie andere baby’s bleken dood bij de geboorte.

 

Gaston liep school in het Bisschoppelijk College te Veurne. In 1911 zat hij in het Professionnel, het volgende jaar zat hij in het zevende dat hij overdeed. In jaaroverzichten werd zijn resultaat en gedrag telkens geklasseerd onder ‘bien’ of ‘trés bien’. Zijn laatste resultaten dateren van 1912. Landbouwerszonen bleven niet lang op de schoolbanken zitten. De jongens bleven op school tot hun zestiende, sommigen stopten vroeger. Het deed er weinig toe wat ze bereikten of hoeveel keer ze een bepaald schooljaar overdeden.
Gaston kende een onbezorgde jeugd. Hij was naar verluidt een olijke poetsenbakker. Zijn zus noemde hem ‘de rosten’, naar zijn haarkleur. Maar op 29 september 1917 werd aan die jeugd een einde gemaakt. Gaston werd als laatste van de 24 collegeleerlingen opgeroepen voor het Belgisch leger en ook hem wachtte een tragisch einde.

 

Recruut Gaston Pattou werd opgeleid in het opleidingscentrum van Eu in Normandië, ook wel eens n° 10 genoemd. Een doorsnee dag verliep daar als volgt:
5u.45: opstaan en wassen
6u.30: theoretische les over graden en militaire wetten
7u.30: in het gelid staan
7u.45: beneden wachten op de officier, geweer presenteren, bevelen krijgen, militaire oefeningen of marcheren
14u.00: militaire oefeningen
18u.00: eten

En dat allemaal voor 3 frank soldij per week. Maar Gaston had geluk en werd geselecteerd voor een opleiding bij de zware artillerie. Dat betekende een beter leven. Op 05 februari 1918 verscheen Gaston op het appél van een nieuw artillerieregiment: het 17de Regiment Artillerie. De bevelhebber was kolonel Van den Schrick. Elk artillerieregiment telde drie groepen van drie batterijen met telkens vier stukken geschut. De groepen werden geleid door respectievelijk de majoors Verheyden, Dauge en Aerts. De derde groep van het 17de beschikte over Engelse 6 inch kanonnen om vijandelijke artillerie, munitieopslagplaatsen, infanterieschuilplaatsen, mitrailleursnesten en prikkeldraadversperringen uit te schakelen. Het regiment werd bij de 5de Legerdivisie ingedeeld.

Zo diende Gaston in het zog van de 5de Legerdivisie vanaf maart 1918 eerst aan het front bij Diksmuide, daarna bij Merkem en in augustus bij Nieuwpoort. Bij het eindoffensief van eind september richtten de batterijen van de 3de groep met Gaston hun vuurmonden op de Flandern Stellung. Zij stonden opgesteld in het gehucht Terhand, bij Klerken vanwaar zij de gevreesde stelling Hille Molen wisten uit te schakelen met één welgemikt schot. Deze opmerkelijke tussenkomsten werden op het regimentsvaandel vermeld als “Klerken en Kortemark”.

Dit alles bleef niet zonder verliezen. 18 oktober zou een zwarte dag worden voor de 3de

 

 groep die toen al bij Ruddervoorde stellingen betrok. Op deze dag kwam ook Gaston om het leven. Volgens de familie werd hij tijdens het bedelen van de post geraakt door een Duitse vliegtuigbom. Dat wordt bevestigd door Luc Vandeweyer, wetenschappelijk medewerker van het Koninklijk Legermuseum: “Bij het bombardement op Ruddervoorde op 18 oktober 1918 werden 11 soldaten van de eenheid van G. Pattou gedood. Dat was de zwaarste klap die het 17de Artillerieregiment heeft gekregen.” Le Courrier de l’Armée vermeldt dat de soldaten gedood werden tijdens een vijandelijke aanval.

 

 

Gaston werd begraven op het burgerlijk kerkhof van Ruddervoorde, blok 3, rij A, grafnummer 31. Hij ligt niet bij de andere oud-strijders. De graftekst luidt:

“Soldaat bij het 17de Regiment Artillerie,
Vereerd met het teken van Leopold
2 en het oorlogskruis.
Gesneuveld te Ruddervoorde de 18/10/1918.”

Ook te Adinkerke prijkt zijn foto op een herdenkingsmonument voor de overleden soldaten. Met de vermelding:
“Hulde aan de dapperen van Adinkerke en Veurne-Bewesterpoort. Ter verheerlijking van den moed en de zelfopoffering getoond voor de bevryding van het vaderland, 1914-1918.”

Ook dit werk is een eerbetoon aan Gaston Pattou, wiens verhaal niet mag vergeten worden
.

Tine Masschaele, Lieselore Nouwynck, Sofie Vandermarliere