College VEurne - lesbestanden - project Nederlands - Geschiedenis 2004-2005

Vierentwintig
Gezichten van een Grote Oorlog

 

 

 

Karel Rathé


+ 02 oktober 1918
2
2 jaar
Koksijde

 

Karel Rathé werd op 13 maart 1896 geboren in een welgestelde en politiek geëngageerde familie op de Koksijdse abdijhoeve Ten Bogaerde. Zijn grootvader overleed als schepen van Koksijde, zijn vader, Hyppoliet Rathé, was landbouwer en werd in 1888 burgemeester van Koksijde en zijn broer was er eerste schepen toen hij stierf. Ook in Karels leven zou het politieke engagement een rode draad worden. Samen met zijn grote broer Jozef, zijn oudere zus Anna en zijn zusje Maria groeide Karel op Ten Bogaerde op.

De oorspronkelijke 12de-eeuwse schapenboerderij, die bij het begin van de 17de eeuw tot een kleine abdij omgevormd was, werd van 1828 tot 1946 door de Rathés gepacht. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden er militairen gelegerd en werden de terreinen van de hoeve gebruikt als militair vliegveld, begin van het tegenwoordige militaire vliegveld te Koksijde.


Karel Rathé als laatstejaarsstudent

 

.
Karel was een uitstekend student: in het Bisschoppelijk College van Veurne, waar hij in 1914 zijn humanioradiploma behaalde, was hij primus perpetuus. Bovendien liet hij zich opmerken als bestuurslid van allerhande schoolse organisaties. Als hoofdman van de studentenbond ‘De Kerels’, de Veurnse afdeling van de AKVS, ijverde Karel al in 1913-1914 voor meer schoolvakken in het Nederlands. Hij schreef ook artikelen in ‘De Vlaamsche Vlagge’, onder de schuilnaam ‘Karel van den Bogaerde’. Zo raakte hij bevriend met Jeroom Leuridan, ook lid van de AKVS en even overtuigd flamingant, die vanuit het College van Poperinge ook bijdragen voor dit Vlaamse studentenblad leverde. De twee motiveerden elkaar om te blijven geloven in de ‘Vlaamse strijd’, die hen niet meer los zou laten.

Na zijn collegejaren koos Karel voor een opleiding om missionaris van Scheut te worden. Ook bij de scheutisten bleek er een Vlaamsgezinde kern te bestaan, wat hem vanzelfsprekend meteen aansprak. Aanvankelijk studeerde Karel in het hoofdkwartier van de scheutisten in Leuven. Toen de oorlog begon, werd dit hoofdkwartier naar Londen verhuisd, zodat Karel zijn novicenopleiding in Clapham Park, niet ver van Stamford Hill, verder moest zetten. Tijdens deze opleiding werd ook tijd gemaakt voor pastoraal werk onder de vluchtelingen.




Armband van Karel Rathé

 

Karels zware studies werden echter vroegtijdig onderbroken. Volgens de militiewet van de Belgische regering van maart 1915 moesten de meeste novicen immers een opleiding tot brancardier in het CIBI te Auvours volgen. Op 25 maart 1916 werd hij als brankardier bij de Ambulance Colonne (AC) van de 6de Legerdivisie gevoegd. Twee maanden later werd hij doorgestuurd naar het 2de Regiment Grenadiers van de 6de Legerdivisie. Het 2de Regiment Grenadiers maakte samen met het 4de Regiment Karabiniers en het 1ste Regiment Grenadiers deel uit van de 12de Infanteriedivisie. De 12de Infanteriedivisie behoorde op haar beurt, samen met de 6de, de 8ste en de 11de Infanteriedivisie, tot de Groepering Zuid. Vanaf 1 september 1918 voegde Karel Rathé zich ook bij de administratietroepen van de geneeskundige dienst (TASS).

 

 

Veel Vlaamse frontscheutisten zetten zich tijdens de oorlog tegen de Frans-Belgische taaltoestanden af, die zij als onderdrukkend ervaarden. De Frontbeweging vond in Karel Rathé een van haar vurige aanhangers. Toen de legerleiding, die in de steeds radicalere Frontbeweging een bedreiging zag, met tuchtstraffen en vervolgingen reageerde, trokken de Vlaamse intellectuelen, waaruit de beweging nu voornamelijk bestond, zich in de clandestiniteit terug. Via geheime bijeenkomsten, pamfletten en frontblaadjes, veelal geschreven onder schuilnamen, probeerden ze het Vlaamse bewustzijn van de soldaten aan te wakkeren. Karel Rathé werd op een bepaald moment voor zijn propaganda op de vingers getikt door de hoofdaalmoezenier, maar hij gaf zijn acties niet op. Al sinds zijn collegetijd werkte hij mee aan het studententijdschrift ‘De Vlaamse Vlagge’ en voor de Veurnse studenten aan het front richtte hij nu ook het ‘De Kerels – Veurnsch Studentenoorlogsblad’ op. Bovendien schreef hij tijdens de oorlog artikelen voor het dagblad ‘Ons Vaderland’ en gaf hij samen met Jeroom Leuridan, Jos Denys en een vierde medewerker in het geheim een nieuwe ‘Keikop’-almanak, de ‘Keikop in Kaki’, uit.

Het eindoffensief zou een einde maken aan Karels dromen en ambities. Op 2 oktober 1918 sneuvelde hij in Moorslede. In de strijd om het Houthulstbos bestond de taak van het 2de Regiment Grenadiers erin Passendale via het zuiden te omsingelen. Gewapend met handgranaten probeerden kleine groepen grenadiers en karabiniers van de 12de Infanteriedivisie de Beierse tegenstander, de 12de Bayrische Infanterie Division, die zich in betonnen bunkers en schuilplaatsen in de Frankenstellung ophield, uit te schakelen. Met de nodige steun van de 11de Infanteriedivisie viel de zuidkant van Passendale zo in Belgische handen. Op de tweede offensiefdag slaagde de 12de Infanteriedivisie erin het Vindictivekruispunt in het noorden van het dorp in te nemen. Vervolgens konden ze ook de Mosselmarkt, de Colliemolen en zo het volledige Passendale veroveren. Het 2de Regiment Grenadiers leverde hierbij hevige gevechten en leed zware verliezen. Op 2 oktober 1918 had men besloten op verkenning te gaan en de verdedigingsstellingen van de vijand in kaart te brengen, aangezien de vooruitgang de vorige dag stilgevallen was. Toch was dit de dag waarop Karel Rathé ter hoogte van Vierkavenhoek in Moorslede sneuvelde.

Vermoedelijk werd hij aanvankelijk bij het station van Vierkavenhoek begraven. Daarna werd hij overgebracht naar Moorslede en vervolgens naar Adinkerke.

 

  Maxime Carpentier en
Thomas Verstraete, NielsTailleu, Ward Naessens

Maxime Carpentier publiceerde zijn volledige bijdrage over Karel Rathé met uitgebreid fotodossier in de reeks gastbijdragen op de site Wereldoorlog I in de Westhoek. Link