College VEurne - lesbestanden - project Nederlands - Geschiedenis 2004-2005

Vierentwintig
Gezichten van een Grote Oorlog

 

 

 

Gaston Slove


+ 31 ? oktober 1914
24 jaar
Adinkerke
 

 

“Au cycliste chez Slove – Agence la Douane”, zo heette de herberg bij het Belgische douanekantoortje in Adinkerke waar Gaston vermoedelijk geboren werd. Dat gebeurde op 09 januari 1890. Hij was de enige zoon van Renilda Boels en Fernand Slove en hij had een oudere zus Angela en twee jongere, Margaretha en Gabriella. Toen Gaston 11 was, stierf zijn vader.

Zijn ouders waren de uitbaters van een vrij grote herberg met vooraan vier dubbele ramen en opzij een poort waar paarden werden gestald. Er was ook een dienster, Reinilde. De naam van de herberg suggereert dat het een geliefkoosde tussenstop was voor fietsers onderweg tussen Duinkerke en Veurne. De herberg zou later van naam veranderen in ‘Het Volkshuis’.



Tot zijn zeventiende bleef Gaston thuis wonen in de Bewesterpoort 92 te Veurne. Het is in deze periode dat we hem terugvinden in het schoolarchief van het Bisschoppelijk College. Hij zat namelijk in het jaar 1904 bij ons op school en volgde onder andere de vakken Frans, aardrijkskunde, meetkundig tekenen en kalligrafie. Hij zat in een klas van 24 leerlingen met onder meer Omer de Grave, die
ongeveer twee weken na hem zou sneuvelden. Hij behaalde 2086 punten op 3680.

Gaston wou slager worden en begon als slagersgast in het slachthuis van Adinkerke. Hij logeerde eind oktober 1907 bij de familie Legein-Dehouck op de Plaats, huisnr. 33 te Adinkerke. Tijdens de oorlog werd het slachthuis symbolisch genoeg gebruikt om doodskisten te timmeren. In 1908 vinden we Gaston opnieuw bij zijn ouders en zijn twee jongere zussen thuis, nu op de Bewesterpoort 4 te Veurne. Moeder was intussen hertrouwd

 

 

met Theofiel Hydou, een handelaar uit Duinkerke. Zij verhuisden twee jaar later opnieuw naar Adinkerke en het volgende jaar weer naar hun vorig huis. Gaston werkte nog steeds in het slachthuis en hij werd eind 1912 ingeschreven in Adinkerke, wonende in Veld 4. Hij woonde daar met zijn jongere zus Margaretha. Zijn ouders hadden toen definitief Adinkerke ingeruild voor Duinkerke. Het volgende jaar trok Gaston naar Antwerpen om er zich verder te bekwamen in de slagersstiel. En toen kwam de oorlog.

Gaston was enige zoon en werd dus in 1910 opgeroepen om legerdienst te doen. Hij zou tot zijn dood nauwelijks nog uit zijn legeruniform komen, want in 1914 werd hij meteen gemobiliseerd. Hij moest zich aanmelden in de kazerne van Oostende en werd ingedeeld bij het 23ste Linieregiment, 1ste Legerdivisie. Zijn militair dossier ging - jammer genoeg voor ons - verloren, waardoor we niet weten bij welk bataljon hij diende. In de schaarse bronnen over hem wordt hij zelfs één keer Slave genoemd.

Pas na de Slag om Luik kwam de 1ste Legerdivisie in actie. Zij werd geconfronteerd met het Duitse 3de Korps dat de Maas was overgestoken tussen Luik en Hoei. De Belgen stonden al meteen tegenover een overmacht en de verbinding met Antwerpen, van essentiëel belang voor het veldleger, liep gevaar. Koning Albert I besloot daarom in de namiddag van 18 augustus tot een strategische terugtocht achter de Dijle, op de lijn Neerijse, Leuven, Rotselaar. Niet voor lang: begin september lag Gaston Slove gelegerd achter Dendermonde dat door het Duitse leger in brand gestoken was. De tegenaanvallen van de Belgen brachten Gaston tot bij Schiplaken. De 1ste Divisie werd echter teruggedrongen tot in de sector Walem-Lier. Op 02 oktober viel ook deze stelling in Duitse handen en de Belgen trokken zich ’s anderendaags terug achter de Nete.

Toen op 05 oktober de Duitse troepen het Noord-Franse Arras naderden, besloot Albert I om zijn ondertussen gehalveerde leger terug te trekken via de al maar nauwer wordende corridor tot achter de IJzer om daar een eenheidsfront te vormen met de andere geallieerden. De 1ste Divisie vertrok op 08 oktober per spoor van St.-Niklaas naar Oostende om daar de bases van het veldleger te beschermen.

Vandaar ging het naar Schoorbakke aan de IJzer, waar het 23ste Linieregiment van Gaston zich op 15 oktober ingroef tussen kilometerpalen 4 en 9. Het 23ste werd in reserve geplaatst op de Roedestercke hoeve. In de daaropvolgende dagen vochten bataljons van het 23ste bij Spermalie, bij de hoeve Groote Hemme en aan de brug van Schoorbakke en dit onder aanhoudende beschietingen van de Duitse artillerie. Het precieze spoor van Gaston raakten we hier even bijster. De dagelijkse orders van 18 oktober van het Belgische leger zijn in elk geval lovend over de 1ste Divisie: “Ik feliciteer hartelijk de commandant van de eerste grote wacht, zijn officieren en zijn manschappen die vandaag bij [hoeve] Duivels-Waele stand hebben gehouden, ondanks de vijandelijke aanvallen en die blijk hebben gegeven van vastberadenheid, moed en patriottisme.” Dat wordt bevestigd door een Duits verslag van dezelfde dag waarin te lezen staat dat de Belgen vastbesloten blijken hun laatste lap grond duur te verkopen.

Ook op 19 oktober hielden de artilleriebeschietingen op de Belgische stellingen niet op. Ondanks grote verliezen hield het 23ste Linieregiment stand op de linkeroever van de IJzer. Ook de volgende dagen, toen Duitse mitrailleurs de stellingen van het 23ste onophoudelijk onder vuur namen. In de nacht van 23 op 24 oktober vatten bataljons van het 23ste post bij de Schoorbakkebrug. Plots dook er vijandelijke infanterie op op de linkeroever van de IJzer. Drie Duitse bataljons waren in de loop van de twee vorige dagen bij Tervate met vlotten over de stroom geraakt en bestookten nu verwoed de rechterflank van de Belgen. Het 23ste trok zich noodgedwongen terug achter de Grote Beverdijk. Op de rechteroever van de IJzer was op dat moment alleen Diksmuide nog in geallieerde handen. Het was in de verwarring van 24, 25 of 26 oktober dat soldaat Gaston Slove daar aan de IJzer sneuvelde. Waar precies of hoe weten we niet. Een uitspraak van de Rechtbank van Eerste Aanleg verklaarde Gaston
later officiëel als overleden op datum van 31 oktober 1914, laatste dag van de IJzerslag, maar die dag was het 23ste Linieregiment reeds op rust in De Panne.
 

 

Van een graf van Gaston Slove blijkt er geen spoor. Wel staan zijn naam en foto op het imposante oorlogsmonument aan de brug in Adinkerke, opgericht in 1922 ter nagedachtenis van de 21 gesneuvelde militairen uit Adinkerke en Veurne-Bewesterpoort. Tot in 1940 stond achter het beeld een Krupp-kanon opgesteld waarvan – o het cynisme van oorlogvoeren - zowel de Belgen als de Duitsers in de Grote Oorlog gebruik hadden gemaakt.


Griet Depotter,
Greet Derudder en Caroline Vandamme