|
|
|
met Theofiel Hydou, een
handelaar uit Duinkerke. Zij verhuisden twee jaar later opnieuw naar
Adinkerke en het volgende jaar weer naar hun vorig huis. Gaston werkte nog
steeds in het slachthuis en hij werd eind 1912 ingeschreven in Adinkerke,
wonende in Veld 4. Hij woonde daar met zijn jongere zus Margaretha.
Zijn ouders hadden toen definitief Adinkerke ingeruild voor Duinkerke. Het
volgende jaar trok Gaston naar Antwerpen om er zich verder te bekwamen in de
slagersstiel. En toen kwam de oorlog.
Gaston was enige zoon
en werd dus in 1910 opgeroepen om legerdienst te doen. Hij zou tot zijn dood
nauwelijks nog uit zijn legeruniform komen, want in 1914 werd hij meteen
gemobiliseerd. Hij moest zich aanmelden
in
de kazerne van
Oostende
en werd ingedeeld bij het 23ste Linieregiment,
1ste Legerdivisie. Zijn
militair dossier ging - jammer genoeg voor ons - verloren, waardoor we niet
weten bij welk bataljon hij diende. In de schaarse bronnen over hem wordt
hij zelfs één keer Slave genoemd.
Pas na de Slag om Luik kwam de 1ste Legerdivisie in actie. Zij werd
geconfronteerd met het Duitse 3de Korps dat de Maas was overgestoken tussen
Luik en Hoei. De Belgen stonden al meteen tegenover een overmacht en de
verbinding met Antwerpen, van essentiëel belang voor het veldleger, liep
gevaar. Koning Albert I besloot daarom in de namiddag van 18 augustus tot
een strategische terugtocht achter de Dijle, op de lijn Neerijse, Leuven,
Rotselaar. Niet voor lang: begin september lag Gaston Slove gelegerd achter
Dendermonde dat door het Duitse leger in brand gestoken was. De
tegenaanvallen van de Belgen brachten Gaston tot bij Schiplaken. De 1ste
Divisie werd echter teruggedrongen tot in de sector Walem-Lier. Op 02
oktober viel ook deze stelling in Duitse handen en de Belgen trokken zich ’s
anderendaags terug achter de Nete.
Toen op 05 oktober de Duitse troepen het Noord-Franse Arras naderden,
besloot Albert I om zijn ondertussen gehalveerde leger terug te trekken via
de al maar nauwer wordende corridor tot achter de IJzer om daar een
eenheidsfront te vormen met de andere geallieerden. De 1ste Divisie vertrok
op 08 oktober per spoor van St.-Niklaas naar Oostende om daar de bases van
het veldleger te beschermen.
Vandaar ging het naar
Schoorbakke aan de IJzer, waar het 23ste Linieregiment van Gaston zich op 15
oktober ingroef tussen kilometerpalen 4 en 9. Het 23ste werd in reserve
geplaatst op de Roedestercke hoeve. In de daaropvolgende dagen vochten
bataljons van het 23ste bij Spermalie, bij de hoeve Groote Hemme en aan de
brug van Schoorbakke en dit onder aanhoudende beschietingen van de Duitse
artillerie. Het precieze spoor van Gaston raakten we hier even bijster. De
dagelijkse orders van 18 oktober van het Belgische leger zijn in elk geval
lovend over de 1ste Divisie: “Ik feliciteer hartelijk de commandant van de
eerste grote wacht, zijn officieren en zijn manschappen die vandaag bij
[hoeve] Duivels-Waele stand hebben gehouden, ondanks de vijandelijke
aanvallen en die blijk hebben gegeven van vastberadenheid, moed en
patriottisme.” Dat wordt bevestigd door een Duits verslag van dezelfde dag
waarin te lezen staat dat de Belgen vastbesloten blijken hun laatste lap
grond duur te verkopen.
Ook op 19 oktober hielden de artilleriebeschietingen op de Belgische
stellingen niet op. Ondanks grote verliezen hield het 23ste Linieregiment
stand op de linkeroever van de IJzer. Ook de volgende dagen, toen Duitse
mitrailleurs de stellingen van het 23ste onophoudelijk onder vuur namen. In
de nacht van 23 op 24 oktober vatten bataljons van het 23ste post bij de
Schoorbakkebrug. Plots dook er vijandelijke infanterie op op de linkeroever
van de IJzer. Drie Duitse bataljons waren in de loop van de twee vorige
dagen bij Tervate met vlotten over de stroom geraakt en bestookten nu
verwoed de rechterflank van de Belgen. Het 23ste trok zich noodgedwongen
terug achter de Grote Beverdijk. Op de rechteroever van de IJzer was op dat
moment alleen Diksmuide nog in geallieerde handen. Het was in de verwarring
van 24, 25 of 26 oktober dat soldaat Gaston Slove daar aan de IJzer
sneuvelde. Waar precies of hoe weten we niet. Een uitspraak van de Rechtbank
van Eerste Aanleg verklaarde Gaston
later officiëel
als overleden op datum van 31 oktober 1914, laatste dag van de IJzerslag,
maar die dag was het 23ste Linieregiment reeds op rust in De Panne.
|