|

Joseph Sobry
+
11 december 1915
23 jaar
Adinkerke -
Veurne
|
|
In het gezin van Emiel Sobry en Maria
Vandenbussche heerste altijd een sfeer van bedrijvigheid. Alle
kinderen konden zich thuis probleemloos nuttig maken, want vader was
landbouwer en koopman. Zoon Joseph, de negende van twaalf, die op 25
maart 1892 geboren werd, groeide op in Adinkerke. Pas begin de jaren
1900 verlegde het gezin zijn activiteiten naar de hoeve De Posterie
langs de weg Veurne – De Panne.
Toen Emiel op 21 november 1907 onverwacht op 60-jarige leeftijd kwam
te sterven, was Joseph nog maar 15. Hij had er toen al drie jaar aan
het Bisschoppelijk College op zitten. Maria wou niet dat de dood van
haar man de studies van haar kinderen in de weg stond, dus werkte
Joseph zijn collegeloopbaan af en werd ook zijn jongere broer Maurice
leerling van het college in 1909. Ondertussen hield Maria zelf het
landbouwbedrijf draaiende. Later werd ze koopvrouw van melk en boter.
Toen zijn collegejaren erop zaten, hielp Joseph zijn moeder daar
waarschijnlijk bij.
Begin juni 1915 nam Joseph Sobry, net als zijn jongere broer Maurice,
dienst in het leger. Of hij dit deed als vrijwilliger is niet
duidelijk; op dat ogenblik was hij 23 jaar oud. Vóór 1913 moest
slechts één zoon per gezin naar het leger. De
broers Sobry maakten dan ook deel uit van de ‘speciale lichting’ van
1915. Joseph kwam niet in de gevechtseenheden terecht. Op 7 juli 1915
werd hij ingelijfd als milicien en in een Werkerscompagnie geplaatst.
Enkele maanden later, op 19 oktober, werd hij ‘ouvrier’ in de
opslagplaats van de artillerie in Gonfreville l’Orcher (Graville), ver
weg van het Belgische front en dus zogezegd ‘veilig’. Joseph maakte
deel uit van de eenheid CIAX (‘Centre Instructif d’Auxiliaires’) en
kreeg het stamnummer 33678/(7347), 2de Compagnie D2T d’Ouvriers
d’Artillerie.
|