College VEurne - lesbestanden - project Nederlands - Geschiedenis 2004-2005

Vierentwintig
Gezichten van een Grote Oorlog

 

 

 

Maurice Sobry


+ 19 april 1918
2
0 jaar
Adinkerke
 

 

Maurice Sobry was de jongste telg in het gezin van Emiel Sobry en Maria Vandenbussche. Net als Marie, Albert, Irma, George, Berthe, Joseph, Achiel, Marguerite, Joseph, Joanna en Marcel, zijn elf broers en zussen, werd hij in Adinkerke geboren. Joseph stierf kort na de geboorte; een ander kind kreeg later dezelfde voornaam. Enkele jaren na de geboorte van Maurice op 19 juli 1897 verhuisde de familie Sobry naar de Oosthoek in De Panne. Hun hoeve De Posterie was waarschijnlijk de eerste boerderij links langs de weg Veurne – De Panne. Wellicht moesten de kinderen thuis vaak een handje toesteken, want moeder was koopvrouw. De meid Judith Gabriella nam ook een deel van de huishoudelijke taken op zich.

In 1915 werden zowel Joseph als Maurice Sobry onder de wapens geroepen. Al in december van hetzelfde jaar zou Joseph omkomen bij de ontploffing van de munitiefabriek in Graville, waar hij tewerkgesteld was. De 19-jarige Maurice trad in dienst op 30 september 1915. Volgens zijn moeder werd hij vrijwilliger. Wellicht zal ze bedoelen dat hij met zijn vrije wil dienst nam, maar kiezen kon hij niet. Door de nood aan strijdkrachten werd de vooroorlogse leeftijdsgrens van 20 jaar voor de militaire dienstplicht in 1915 verlaagd tot 19 jaar.


 

 

 

Na een kleine twee maanden opleiding in Normandië trad Maurice op 13 november 1915 toe tot het 4de Artillerieregiment van het veldleger. Vanaf 25 december 1916 was hij tweedeklasse milicien bij het 10de Regiment van de Artillerie, 1ste Groep, 69ste Batterij. Een batterij bestond uit veertig soldaten: voor alle vier de kanonnen tien, meestal enkele slimme, en voor de rest stevig gebouwde kerels die in staat waren de kanonnen vlot van granaten te voorzien.

 

De 69ste Batterij speelde een cruciale rol tijdens de Slag bij Merkem op 17 april 1918. Vroeg in de morgen begonnen de Duitsers een aanval op de Belgische stellingen door met zware obussen en gasgranaten te schieten. Dit kwam niet als een totale verrassing voor de Belgische legerleiding, want ze hadden de toenemende activiteit aan Duitse zijde al opgemerkt. De Duitsers hoopten het Belgische leger, dat nog geen ervaring met massa-aanvallen had, te kunnen overrompelen en zo bij Merkem het Belgische front te kunnen doorbreken.

Bij de eerste aanval, om 5.56u., vroeg de verdediging bijstand van de Belgische artillerie, die toevallig nog aan verplaatsingsmanoeuvres bezig was. De vraag in optische signalen kwam aan, maar het vuur werd niet geopend. Zware Britse artillerie en de eerste
Belgische batterij die in stelling kwam, de 69ste van Maurice,

De slag bij Merkem, 17 april 1918

 

moesten om 7.50u. de verdediging op zich nemen. Omdat de artilleriesteun zo traag op gang kwam, haalden de Duitsers, ondanks de inspanningen van de 69ste Batterij, de bovenhand. Ze konden al een stuk van het terrein veroveren. Toen ze echter nog verder door probeerden te stoten, werden ze aan de ene kant opgehouden door reservetroepen in loopgraven en aan de andere kant door prikkeldraadversperringen en mitrailleurgeschut van het 13de Linieregiment, dat een verbinding met het Britse leger gemaakt had.
Om 10.30u. deden de Duitsers nog een poging, maar de Belgische machinegeweren haalden de bovenhand. De Duitse troepen slaagden er niet in nog enig voordeel uit hun aanval te halen en moesten in de namiddag zelfs achteruitwijken. Eén na één nam het Belgische leger de andere verloren posten terug in. Om 18.30u. werd het laatste goed heroverd en om 21.00u. moesten de Duitsers de post Honoré verlaten. Dat de Duitsers niet onoverwinnelijk waren, was hiermee voor de Belgen bewezen.
De Duitse artillerie, die deze dag slecht presteerde, kon toch de Belgische artillerie localiseren en enkele voltreffers plaatsen. Bij de 69ste Batterij van Maurice Sobry vielen hierdoor minstens twee doden en een aantal gewonden. Maurice was één van hen. Waar zijn
batterij zich precies bevond is niet helemaal duidelijk. Zijn militair dossier vermeldt Langemark, maar volgens een gedenkteken in Adinkerke werd hij in Pilkem (grondgebied Boezinge) getroffen. De Batterij bevond zich in elk geval achter de Martjevaart/Steenbeek. Maurice werd naar het hospitaal van Beveren aan de IJzer gebracht en overleed er twee dagen later om 17.15u. aan de gevolgen van zijn verwondingen.
 

Het chirurgisch hospitaal van Beveren aan de IJzer was in februari 1917 opgericht onder leiding van dokter Derache. Op slechts 9 km van het front was het vlot bereikbaar, zodat gewonden al na enkele uren verzorgd konden worden. Tussen 16 en 18 april werden in Beveren 506 gewonden opgenomen en 230 operaties uitgevoerd. Voor velen mocht de eerste hulp echter niet meer baten: in april 1918 noteerde men er 62 sterfgevallen.

Maurice Sobry werd in Bulskamp begraven. Van dit oorspronkelijke graf is vandaag echter geen spoor meer. Waar Maurice de loop van de vorige eeuw eventueel een nieuwe, definitieve rustplaats vond, is niet duidelijk. Beide broers Sobry worden
herdacht op een gedenkplaat voor soldaten die omkwamen in de Eerste Wereldoorlog in Adinkerke.

  Ella Bultheel, Ans Buylaert, Kristel Janssens