|

Arthur Ternier
+
28 september 1918
21 jaar
Veurne
|
|
Op 17 mei 1897 om drie uur ’s namiddags
mochten Marie Louise, Jules, Georges, Hector en Achille Ternier in de
Veurnse Ooststraat, Wijk A, nr. 3 hun nieuwe broertje Arthur
verwelkomen. Hij was de zesde van negen in het gezin van landbouwer
Hendrik Ternier en Renilde Sobry. Remi, Leo Gustaaf en André
vervolledigden de rij. Een opmerkelijk detail is dat twee van de
kinderen bij de geboorte rond de 5 kg wogen, terwijl moeder Renilde
slechts 1,50 m groot was en tenger gebouwd. Hector en Leo Gustaaf
stierven als baby: de oudste na een half jaar, de jongste al na een
maand.
Het schoolleven van Arthur kunnen we pas vanaf 1909-1910 volgen. Hij
was toen een leerling van de zesde moderne in het Bisschoppelijk
College. André Dobbelaere, die ook in de oorlog zou sneuvelen, was een
van zijn klasgenoten. In het schooljaar 1910-1911 kreeg Arthur ‘très
bien’, of ‘omzeggens de volmaaktheid’ voor Frans. Iets voor een
ijverige leerling? In familiekringen wordt verteld dat Arthur graag
priester geworden was. De geschiedenis had echter iets anders met hem
voor, zo bleek.
Net als zijn broers Jules, Georges en Remi werd Arthur in 1916 onder
de wapens geroepen. Na zijn opleiding van maart tot eind juli 1916 in
het onderrichtingskamp van het Franse Saint-Lô, vervoegde hij het 3de
Linieregiment. Van 18 tot 26 april 1917, zes dagen maar, was Arthur
soldaat in een compagnie van het 1ste Genie. Van dan af vocht hij als
infanterist van het 3de Linieregiment, 2de Bataljon, 7de Compagnie.
|