|
 |
|
Toen op 22 april 1915
de Duitsers hun eerste gasaanval lanceerden bij Steenstrate,
sloegen zij een
brede bres in de Belgische en Franse verdediging. De volgende dagen voerden
de Geallieerden verwoed tegenaanvallen uit de Duitsers terug te drijven.
Daarbij loste het 3de Linieregiment op 25 april de grenadiers af in de
vuurlinie. Emile was er toen alweer bij want op 05 mei, op de terugweg van
de frontlinie, bij de reservelinie aan een hoeve in Reninghe, verdronk hij
jammerlijk toen hij zich, samen met andere soldaten, ging wassen in een
diepe beek of misschien een ondergelopen granaattrechter. Een stom ongeval?
Uitputting? Een hartstilstand? Wie zal het zeggen. We krijgen een
ooggetuigenverslag van zijn strijdmakker sergeant-fourrier Auguste Vileyn
uit de Langestraat 41 te Nieuwpoort die het getuigenverslag opmaakte.
”Ik, ondergeteekende Vileyn Auguste oudsergent fournier bij het 3de
Linieregiment,
2de
Bataillon,
verklaar dat de genaamde Torney Emile soldaat bij
bovengemelde regiment 4de compagnie overleden is den 5 mei 1915 rond
veertien ure. Komende uit de loopgraven vóórlijn naar de reservelijn,
hofstede
bij Reninghe, zich gelijk alle andere soldaten wasschende in eene
diepe watering gevallen is en verdronken. Uitgehaald geweest en op bevel van
den officier van dienst (Luitenant Pierlot) op de weide gelaten zijnde,
totdat ik ondergeteekende de ouders van voornaamde verwittigde te hebben
weggehaald geweest is om in Veurne begraven te worden.”
Het is dus ook die sergeant die de trieste taak kreeg om de ouders van Emile
het droeve nieuws te melden. Moeder Prudence probeerde in 1921 een
financiële tegemoetkoming te krijgen uit het ‘Fonds van Oudstrijders aan
nabestaanden”. Ook in 1928 stuurt de ondertussen weduwe geworden Prudence
naar Monsieur le Baron de Broqueville, Minister van Oorlog en later premier
een aanvraag voor een uitkering oudstrijdersfonds, frontstrepen en eretekens
voor haar overleden zoon. Op haar vraag tot het verkrijgen van een Medaille
van Ridder in de Leopoldsorde, Oorlogskruis, Medaille van de IJzer,
Herdenkingsmedaille en Medaille van de Overwinning voor Emile die ze in 1934
indient via de secretaris van de Nationale Oudstrijdersbond, krijgt de
weduwe het volgende pijnlijke antwoord: Emile heeft geen recht op Kruis van
Ridder in de Leopoldsorde met palm en geen Oorlogskruis want die worden
enkel verleend aan gesneuvelde militairen. Wel kreeg Prudence de eretekens
en de brevetten van de Herdenkingsmedaille en de Medaille van de Overwinning
en het brevet van het IJzerkruis. De medaille
zelf
echter werd toen niet
langer meer uitgereikt. Pas acht jaar na de aanvraag zal het
Oudstrijdersfonds haar een vergoeding toekennen. Het valt op dat er lange
tijdsperiodes tussen de brieven en antwoorden plaatsvinden. Ook de
onverschilligheid waarmee het ministerie van landsverdediging en het leger
na de oorlog
|