|
|
|
Stellung. De artillerie moest
zien te volgen. Dat betekende dat de kanonnen met man- en paardenkracht door
het slijk, langs de granaattrechters en over vier loopgravenstelsels heen
gesleurd moesten worden. Tegen de middag was Poelkapelle in Belgische handen
maar de 6de Divisie bleef steken voor het zwaar verdedigde Westrozebeke. Zij
had 8 km grond heroverd in één dag. Met dank aan de artillerie.
Ook op de 29ste regende het onophoudelijk; Dat vertraagde niet alleen de
aanvallen van de infanteristen en het vorderen van de artillerie, maar ook
de ravitaillering en het afvoeren van gewonden werd moeilijk. De aanvallen
van 30 september werden noodgedwongen uitgevoerd met beperkte
artilleriesteun omdat veel kanonnen bij de verplaatsing in het slijk vast
raakten. Toch was tegen de avond de inname van de heuvelkam een feit. De
Belgen maakten 6000 krijgsgevangenen en 250 Duitse kanonnen en 300
machinegeweren werden uitgeschakeld. De eerste slag van het eindoffensief
was gewonnen.
Wellicht werd Julien op de eerste regendag ziek, want op 30 september werd
hij met een bronchopneumonie opgenomen in het militair hospitaal van Calais,
Porte Gravelines, waar hij op 03 oktober, om half acht in de morgen stierf.
De bronchopneumonie was een gevolg van een acute infectie die door de
Spaanse Griep was veroorzaakt. Enkele uren later was hij al begraven op de
Noordelijke Belgische Militaire Begraafplaats van Calais, in graf nr.1016.
Moeder probeerde na de oorlog haar overleden zoon te laten herbegraven op
het kerkhof van Veurne, maar de noodzakelijke papieren raakten zoek en
Julien is in Calais gebleven.
Eén troost: moeder Rosalie kreeg de 2700 oude Belgische franken soldij van
haar zoon toegestuurd plus met de jaren een reeks onderscheidingen: het
Kruis van Ridder in de Orde van Leopold II met Palm, het Oorlogskruis, de
Overwinningsmedaille en de Herinneringsmedaille.
Stefanie Meganck, Sofie
Peelman, Sander Stroobant
|