
|
|
> Archief > Per schooljaar > Schooljaar 2004-2005 > Damiaan > mijmeringen van Wim Deheegher :: Mijmeringen bij een bevreemdende thuiskomst... (Wim Deheegher) Zaterdag 4 september ’04 / 9.02u-9.38 Ongeveer anderhalf uur geleden zijn we met onze groep uit Kinshasa weer in België toegekomen en in Zaventem geland. Ik sta alleen op het perron in Brussel-Zuid. Zopas wuifde ik Wim (Danneels), Lies (Feryn) en Nathalie Dewulf (journaliste Focus-tv) uit. Als bij een afvallingskoers ben ik de enige die nog overblijft van ons peloton. Zij nemen de trein richting De Panne van negen uur twee. Ik moet nog even wachten op te trein naar Poperinge.
Waar ik vorige week bij het landen in Kinshasa steeds de vergelijking maakte met de situatie hier, valt het me op dat ik nu net het omgekeerde doe. Ik vergelijk onze levenswijze met die van ginder. Ik heb nog drie kwartier voor mijn trein arriveert. Tijd genoeg voor een blik cola en enkele koffiekoeken beneden in de hal. Ik voel me een echte wereldreiziger met mijn hoed op mijn hoofd, mijn rugzak en mijn handbagage. En blijkbaar denken de mensen er ook zo over. Hun blikken zeggen veel. Opeens zie ik een sjofele man op me af komen. Verdorie. Na alle paspoortencontroles door opdringerige agenten in Kinshasa wil ik even gerust gelaten worden. Ik heb mijn portie schooiers voor vandaag al gehad. Hij spreekt me aan en vraagt of ik Engels spreek. Zie ik er zo Amerikaans uit met die hoed? Ik zeg van niet om hem af te wimpelen. Français? Dringt hij aan. En ik geef toe dat ik toch wel wat Frans begrijp. Hij wil geld: 15 eurocent om in de winkel buiten iets te eten te kopen. Ook bij ons zijn er nog hongerige magen, denk ik bij mezelf. Ik geef die man een euro om er van af te zijn. Zou honger hier erger zijn dan honger ginder? Hier ben je misschien een enkeling, daar heb je heel wat lotgenoten…
Weet je wat mij opvalt: ik hoor hier de achtergrondmuziek in het station. Je kent ze wel: die soft-crooners à la James Last. Vreemd, hier loopt twee keer zo veel volk als in de luchthaven van Kinshasa en toch is het hier stil. Zo stil dat je die vervelende muziek hoort. Waar de mensen ginder overvloedig en chaotisch door elkaar roepen en kabaal maken, zit je hier met een ongemakkelijk gevoel het gesprek van je buurman op het bankje te storen. Er wordt gefluisterd, mensen staren voor zich uit en zwijgen. Aan mijn ene kant zit een oude man zijn krant te lezen. Een praatje maken, zeggen wat ik allemaal gezien heb, zit er niet in. Ik wil hem niet storen. Een bevallig, zomers gekleed meisje komt naast me zitten. Goeiedag zeggen en haar aankijken wordt hier onmiddellijk vreemd geïnterpreteerd. Ik kruip dus maar in mijn cocon. Ik doe weer al mee aan de onpersoonlijke maatschappij: lang leve het individu. Gisteren, op weg naar de luchthaven, zongen we nog ‘Back to life, back to reality’. Ik begin meer dan ooit te beseffen wat onze realiteit, mijn leven in het Westen is. Weer probeer ik twee verschillende zaken af te wegen ten opzichte van elkaar: is het harder om daar op te groeien met honger in de maag maar in een cultuur van solidariteit en optimisme of maakt het luxueuze maar onverschillige en grijze leven hier meer slachtoffers? Ondertussen is het tijd om naar het perron te stappen om te trein te nemen. Het zal deugd doen. Het landschap langzaam weer ontdekken, nog wat nadenken over de voorbije week, mijmeren en misschien een beetje slapen. De reis naar Poperinge is nog twee en een half uur. Nog even tijd voor mezelf voor de drukte van het leven weer zal toeslaan. Meer informatie over de Damiaanactie en haar werking vindt u op www.damiaanactie.be. |