Enkele jongere leerkrachten vroegen mij om CREA te regisseren. Omdat ik voordien een assistent van meneer Vanhee was, wisten ze dat ik daarvoor al enige ervaring opgedaan had.
Elk jaar van 0 tot 100% een nieuwe voorstelling uit de grond stampen, vind ik een grote uitdaging. Het uitgangspunt van CREA is tot nu toe altijd geweest om leerlingen die nog nooit op een podium hebben gestaan, een kans te geven. Tijdens de laatste vier jaar hebben we telkens geprobeerd om de CREA nog iets beter uit te bouwen: iets meer aandacht besteden aan decor, muzikale omlijsting, ….
Het is zeer leuk om dit te doen, maar wel stresserend. Een belangrijk moment in de opbouw van CREA vormen de repetities in de kerstvakantie. Dan pas merk je of de vele repetities over de middag voldoende goede nummers opgeleverd hebben.
Het groepsgevoel onder de collega’s vormt een belangrijke stimulans: het lukt me tot nu toe dankzij een sterke ploeg collega’s die me helpen. Alleen kan je dergelijke opvoeringen nooit realiseren!
Er is wel een gevaar voor CREA. CREA staat op een breekpunt, want elk jaar zijn er meer leerlingen die deelnemen. Er zijn te veel toeschouwers voor twee avonden. Om praktische redenen is het niet mogelijk om een week later nog een avondvoorstelling te geven. Er zijn slechts twee mogelijkheden om dit probleem op te lossen: een groep leerlingen van de school de generale repetitie op vrijdagmiddag te laten bijwonen, of een extra voorstelling op zaterdagnamiddag te organiseren. Maar we vragen ons echt af of dit niet een heel zware opgave wordt met twee voorstellingen op zaterdag.
Daarvoor is er al eind april, begin mei een vergadering met de leerlingen, vooral uit het vijfde en zesde jaar. We nodigen de leden van het presentatieteam van de vorige CREA uit, en daarnaast enkele leerlingen die tot de presentatiegroep zullen toetreden of leerlingen van wie we weten dat ze behoorlijk veel inspiratie hebben. Na die vergadering waarin we een uurtje brainstormen, slagen we er meestal in om een thema te vinden waar zowel de leerlingen als de leerkrachten mee akkoord gaan. De enige voorwaarde die ik als regisseur stel, is dat rond het thema de presentatiegroep een rode draad kan uitwerken. Volgens ouders is het vaak de rode draad die de CREA-vertoningen een surplus geeft.
Als leerling van het college niet, het bestond nog niet. Ik denk trouwens niet dat ik zou meegedaan hebben. Als leerkracht kwam ik al een paar keer op het podium. Een keertje in het college, met 'Waarom zijn er gaten in de kaas?', een sketch die door leerkrachten gespeeld werd en dan eens in de Zonnebloem, eigenlijk meer als figurant bij de sketch 'Mannen te koop'.
Neen, ik denk niet dat het heel snel zal gebeuren. Als regisseur draag je de eindverantwoordelijkheid. Het geeft je een goed gevoel als je merkt dat de leerlingen je inzet appreciëren, maar daartegenover staat dat je als regisseur ook vaak je nek moet uitsteken, je je af en toe heel kritisch of streng moet opstellen.
Ja, het Wekelijks Nieuws. Maar ik vraag de journalist altijd om het interview van enkele leerlingen van de presentatiegroep af te nemen. Je organiseert een CREA voor de leerlingen. Het oogt sympathieker als leerlingen vertellen hoe ze de CREA opbouwen en ervaren.
Dat weet ik nog niet. Zelf heb ik het thema van CREA de Griek en CREArtistiek gesuggereerd. De eerste twee maanden na CREA moet ik het vooral loslaten. Het is wel een droom om ooit een toneelstuk te regisseren, maar dat gaat wat in tegen het uitgangspunt van CREA. In een toneelstuk is het aantal acteurs eerder beperkt, tenzij je het podium met honderd figuranten vult.
Op de vraag welk thema van de laatste vier jaar ik het best vond, kan ik niet zomaar antwoorden. De thema’s lagen nogal ver uit elkaar. CREArtistiek was anders opgebouwd dan de thema’s van de vorige jaren: de presentatie bestond niet uit één verhaallijn maar eerder uit losse stukken die dan samen toch één mooie puzzel opleverden. En aangezien kunst mij erg interesseert, koos ik voor CREArtistiek.
(met volle overtuiging) De opvoering van Cats! Cats was het mooist afgewerkt. De rekwisieten waren prachtig, de kostuums schitterend maar vooral de zang en de dans waren fenomenaal goed. Verder heb ik wel een boontje voor de leerlingen die een woordnummer brengen. Het vraagt veel meer moed van de leerlingen om een woordnummer te brengen dan een dansje. In de laatste vier jaar (denkt diep na...) vond ik de dans van Chicago in Crimi-CREA heel vernieuwend. Vorig jaar vond ik de dialoog tussen Aeneas en Dido erg sterk. Dit jaar kon ik het meest genieten van de acteerprestaties van de leerlingen die de rode draad brachten: stukken als ‘schilder en model’ en ‘het kapsalon’ vond ik origineel en knap gespeeld.
We trachten die zo goed mogelijk op te bergen, maar er is niet genoeg opbergruimte beschikbaar. De kledingstukken worden opgeborgen in kasten, maar daar is er ook te weinig plaats.
Nee, maar ik heb veel geleerd van meneer Vanhee. Maar ik probeer toch hier en daar wat eigen accenten te leggen.
CREA begint in mei met de vergadering om een nieuw thema te bepalen. Later wordt de volledige presentatiegroep samengesteld. Die leerlingen zoeken we zelf. Iemand die we niet zelf aangesproken hebben voor de presentatie maar die zich toch geroepen voelt, mag zich natuurlijk altijd aanbieden. In september roepen we de andere leerlingen op om zich in te schrijven; meestal voeren enkele leerlingen van de presentatiegroep dan een smaakmakertje op.
- De eerste taak is zorgen voor een goede taakverdeling binnen het kernteam van leerkrachten. Meneer Deheegher neemt de leiding van het decorteam, meneer Joye zorgt voor de administratie. Meneer Van Ryckeghem is onze microman en zorgt samen met mevrouw Veryser voor enkele nummers van de eerste graad. Sedert dit jaar zijn ook mevrouw Pauwels en mevrouw Verhelst lid van het kernteam. Zij begeleiden nummers en repetities. Daarnaast is mevrouw Janssens verantwoordelijk voor het orkest. Ook mevrouw Cremery maakt deel uit van onze groep: zij zorgt voor de begeleiding tijdens de repetities en pc-taken (o.a. fotografie).
En dan heb ik het nog niet gehad over de mensen die verantwoordelijk zijn voor klank, licht, kledij, grime, kaartenverkoop, bar, … Als regisseur moet je dus coördineren.
Je moet ook de leerlingen opvolgen: zo ga ik tijdens de middagpauze gedurende enkele maanden van klas tot klas om nummertjes bij te sturen of om na te gaan of de leerlingen wel degelijk oefenen.
De belangrijkste en moeilijkste oefening is het programma in elkaar steken om een vlotte en gevarieerde show te krijgen.
Daarnaast werk ik nauw samen met het presentatieteam. Dit gebeurt heel vaak tijdens lunchvergaderingen of oefensessies over de middag. Eénmaal ik voel dat de presentatiegroep mijn ideeën of advies niet meer nodig heeft, laat ik ze los. Zij schrijven de teksten zelf en zorgen zoveel mogelijk zelf voor de concrete invulling van hun act.
Ik heb vier jaar geleden aan de collega’s beloofd om minstens 7 à 10 jaar te regisseren. Of ik het zo lang vol zal houden, zal in de eerste plaats van de leerlingen afhangen. Ik erger me wat aan de nonchalance van sommige leerlingen. Daar gaat veel energie aan verloren. Leerlingen vergeten soms dat je voor een vertoning met 200 leerlingen alles behoorlijk moet kunnen plannen. Een andere reden zou natuurlijk een gebrek aan inspiratie zijn.
Het is volgens mij wel meegenomen dat de regisseur van CREA in de derde graad lesgeeft omdat hij toch in de eerste plaats veel met die leerlingen moet samenwerken.
Hartelijk dank voor dit interview!